Vijfde zondag door het jaar 10-02-2019 Jaar C

 
JESAJA 6,1-2A.3-8
UIT DE PROFEET JESAJA
 

In het sterfjaar van koning Uzziahu zag ik de Heer,
gezeten op een hoge en verheven troon:
zijn sleep bedekte heel de vloer van de tempel.
Hij was omgeven met serafs; elk had zes vleugels,
en ze riepen elkaar toe:
“Heilig, heilig, heilig, de Heer der hemelse machten!
Heel de aarde is vol van zijn glorie!”
Het luide roepen deed de drempels schudden in hun voegen
en het heiligdom stond vol rook.
Toen riep ik: “Wee mij, ik ben verloren!
Want ik ben een mens met onreine lippen
en ik woon te midden van een volk met onreine lippen,
en toch hebben mijn ogen de Koning,
de Heer der hemelse machten, gezien!”
Maar een van de serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool
die hij met een tang van het altaar genomen had;
hij raakte mijn mond daarmee aan en sprak:
“Nu dit uw lippen aangeraakt heeft zijn uw zonden verdwenen,
uw misstappen vergeven.”
Daarop hoorde ik de Heer spreken:
“Wie moet Ik zenden?
Wie zal voor ons gaan?”
En ik antwoordde:
“Hier ben ik, zend mij!”

 
1 KORINTIËRS 15,1-11 (OF: 15,3-8.11)
UIT DE EERSTE BRIEF VAN DE HEILIGE APOSTEL PAULUS AAN DE CHRISTENEN VAN KORINTE
 

Broeders en zusters,

Ik vestig uw aandacht op het evangelie dat ik u heb verkondigd,
dat gij hebt ontvangen,
waarop gij gegrondvest zijt
en waardoor gij ook gered wordt,
indien ge er tenminste aan vasthoudt
in de vorm waarin ik het u verkondigd heb,
anders zoudt gij tevergeefs gelovig geworden zijn.
In de eerste plaats dan heb ik u overgeleverd
wat ik ook zelf als overlevering heb ontvangen,
namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden,
volgens de Schriften,
en dat Hij begraven is,
en dat Hij is opgestaan op de derde dag,
volgens de Schriften,
en dat Hij verschenen is aan Kefas en daarna aan de Twaalf.
Vervolgens is Hij verschenen
aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk,
van wie de meesten nog in leven zijn,
hoewel sommigen zijn gestorven.
Vervolgens is Hij verschenen aan Jakobus,
daarna aan alle apostelen.
En het laatst van allen is Hij ook verschenen aan mij,
de misgeboorte.
Ja, ik ben de minste van de apostelen,
niet waard apostel te heten, want ik heb Gods kerk vervolgd.
Maar door de genade van God ben ik wat ik ben,
en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest.
Ik heb harder gewerkt dan alle anderen,
niet ik, maar de genade van God met mij.
Maar of zij het nu zijn of ik,
dát verkondigen wij en dát hebt gij geloofd.

 
LUCAS 5,1-11
UIT HET HEILIG EVANGELIE VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS VOLGENS LUCAS
 

Op zekere dag
stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret,
terwijl de mensen op Hem aandrongen
om het woord Gods te horen.
Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer;
de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten.
Hij stapte in een van de boten, die van Simon
en vroeg hem een eindje van wal te steken.
Hij ging zitten
en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk.
wonderbaarlijke visvangstToen Hij zijn toespraak had geëindigd zei Hij tot Simon:
“Vaar nu naar het diepe
en gooi uw netten uit voor de vangst.”
Simon antwoordde:
“Meester,
de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen;
maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.”
Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten
dat deze dreigden te scheuren.
Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot
om hen te komen helpen.


Toen die gekomen waren

vulden zij de beide boten tot zinkens toe.
Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei:
“Heer, ga van mij weg
want ik ben een zondig mens.”
Ontzetting had zich meester gemaakt van hem
en van allen die bij hem waren,
vanwege de vangst die ze gedaan hadden.
Zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Jezus echter sprak tot Simon:
“Wees niet bevreesd,
voortaan zult ge mensen vangen.”
Ze brachten de boten aan land
en lieten alles achter om Hem te volgen.

Afdrukken E-mail