Twingste zondag 16-08-2020 Jaar A

EERSTE LEZING JES. 56, 1. 6-7
UIT DE PROFEET JESAJA

 
Zo spreekt de Heer,
`Onderhoud het recht,
beoefen de gerechtigheid,
want de komst van mijn redding is nabij
en mijn gerechtigheid wordt weldra geopenbaard.
De vreemdelingen die zich bij de Heer hebben aangesloten,
om Hem te dienen en de naam van de Heer te beminnen,
om zijn dienstknechten te zijn,
evenals al degenen die de sabbat onderhouden, hem niet ontheiligen
en vasthouden aan mijn verbond:
hen allen laat Ik naar mijn heilige berg komen,
en Ik schenk hun vreugde in mijn huis van gebed.
Hun brand- en slachtoffers zijn aangenaam op mijn altaar.
Want mijn huis zal heten: Huis van gebed voor alle volken.’


TWEEDE LEZING ROM. 11, 13-15. 29-32
UIT DE BRIEF VAN DE APOSTEL PAULUS AAN DE CHRISTENEN VAN ROME

 


Zusters en broeders,
Nu richt ik mij tot u die uit het heidendom gekomen bent.
Ik ben apostel van de heidenen,
en ik schat dit dienstwerk juist hierom zo hoog,
omdat ik hoop mijn eigen volk tot afgunst te prikkelen
en er althans enkelen van te redden.
Want als hun verwerping de wereld verzoening heeft gebracht,
wat kan dan hun aanneming anders betekenen
dan leven uit de doden?
Want God kent geen berouw over zijn genadegaven of zijn roeping.
Zoals u eertijds aan God ongehoorzaam bent geweest,
maar nu, dankzij hun ongehoorzaamheid,
ontferming hebt gevonden,
zo zijn zij op hun beurt nu ongehoorzaam geworden,
ten gevolge van de u betoonde ontferming,
opdat ook zij nu ontferming zouden vinden.
Zo heeft God allen in hun ongehoorzaamheid opgesloten,
om allen in te sluiten in zijn ontferming.

 

EVANGELIE MT. 15, 21-28
UIT HET HEILIG EVANGELIE VAN ONZE HEER JEZUS CHRISTUS VOLGENS MATTEÜS

 


In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon.
Op een gegeven ogenblik trad een Kananeese vrouw uit dat gebied naar voren, luid roepend:
`Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David.
Mijn dochter is van een duivel bezeten en wordt verschrikkelijk gekweld.’
Maar Jezus gaf haar in het geheel geen antwoord.
Toen wenden zijn leerlingen zich tot Hem met het verzoek:
‘Stuur die vrouw toch weg, want ze blijft ons achterna roepen’. Hij antwoordde: “Ik ben alleen maar tot de verloren schapen van het huis van Israël gezonden’.
Maar de vrouw kwam naderbij , wierp zich voor zijn voeten neer en zei:’ Heer, help mij!’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is, aan de honden te geven.’

‘Toch wel, Heer’, sprak zij, ‘want de honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen’.
Daarop zei Jezus haar: ‘Vrouw, ge hebt een groot geloof!’

Uw verlangen wordt ingewilligd’. En van dat ogenblik was haar dochter genezen.