Bezoek aan de abdij van Westmalle

abdij westmalle

 

ORA ET LABORA

Op vrijdag 14 juni vertrok in alle vroegte vanuit de kathedraal een groep parochianen op weg naar de abdij van Westmalle in België.
Bij aanvang van de reis vertolkte Cornellie van Gemdt de rol van de kort daarvoor overleden pastoor Chr. Bergs, door in gebed te gaan voor een behouden reis en voor de zielenrust van de pastoor.
De dagtour was een initiatief van Thérèse Lindeman en Sherida Gouverneur, dat in nauwe samenwerking met bestuurslid Paul Geenen werd uitgevoerd.

Doordat de in de abdij verblijvende trappistenmonnik Samuel een broer van Paul Geenen is waren de voorbereidingen tot in de perfectie geregeld en werden deuren geopend die normaliter voor andere bezoekers gesloten blijven. Heel bijzonder was de gezamenlijke Eucharistieviering met de monniken en lokale kerkgangers in de fraaie abdijkapel.

Direct na aankomst in Westmalle zorgden de monniken Samuel en Joachim voor een gastvrij welkom, waarbij zij achtergrondinformatie gaven over de eeuwenoude abdij waar momenteel zo’n dertig monniken verblijven.

De abdij van Westmalle, ook bekend als de abdij van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart van Westmalle is een Cisterciënzer klooster dat gesticht werd in 1794 en sindsdien behoort tot de Orde van de Cisterciënzers of ook genoemd de Trappisten, naar de Franse abdij La Trappe. Sinds het einde van de 18e eeuw wijden monniken zich hier aan een leven in gemeenschap van gebed en arbeid, naar de Latijnse benaming Ora et Labora (Bid en Werk).

De trappisten van Westmalle leiden een teruggetrokken leven van rust en contemplatie (beschouwing) in de abdij.
Ze verdelen hun tijd tussen gebed, reflectie en arbeid volgens een uitgebalanceerde dagorde.
Monniken hebben een lange traditie om op alle belangrijke momenten van de dag, en zelfs ’s nachts, te bidden.
Dat ritme noemen we de ‘getijden’ waarin de monniken samen bidden, voornamelijk met de woorden uit de Psalmen.
Zij doen dit tijdens de nachtwake, bij het aanbreken van de dageraad, in de voormiddag, na de middag, in de vroege avond en bij het begin van de nacht.
De monniken nemen tijdens de getijden het Psalmenboek om de veertien dagen helemaal door.

De monniken van Westmalle zijn ook bekend door het brouwen van het fameuze Westmalle Trappistenbier in drie variëteiten: Triple, Dubbel en Extra.
Stuk voor stuk kwaliteitsbier gebrouwen met de zuiverste ingrediënten.
De Nederlandse gasten werden met alle egards onder leiding van de trappisten Samuel en Joachim, aangevuld met een tweetal gidsen, rondgeleid door de ultramoderne brouwerij en vervolgens door de bottelarij waar per uur 45.000 bierflesjes volautomatisch worden gereinigd, gebotteld, van een kroondop voorzien, geëtiketteerd en in kratten opgeslagen om daarna nog minstens twee maanden het bier in flessen en stalen fusten (o.a. voor de horeca) in geconditioneerde moderne pakhuizen te laten rijpen. Pas daarna vervolgt het Trappistenbier van Westmalle zijn weg naar de afnemers in binnen- en buitenland.

De monniken van Westmalle brouwen bier om te voorzien in hun eigen onderhoud. Een uiterst moderne brouwerij is daarbij fundamenteel.
De meeste inkomsten van de verkoop worden geïnvesteerd in de brouwerij en de goede arbeidsomstandigheden van de ruim tachtig medewerkers.
De monniken zijn zelf geen brouwmeesters, maar laten het merendeel van het brouwproces – van het maken van het bierbeslag tot de hergisting op de fles – over aan externe medewerkers.
De algemene leiding van de brouwerij is echter in handen van de abt van het klooster en zijn staf van medebroeders.
Het deel van de inkomsten dat niet wordt gebruikt voor het eigen levensonderhoud, wordt geschonken aan goede doelen, sociale werken en mensen in nood.
De abdij kiest voor een sobere verkooppolitiek waarbij de kwaliteit van de producten doorslaggevend is voor de keuze van de consument.
Beïnvloeding van die keuze door promotionele acties of het aanzetten om meer te verkopen, past niet bij de ethiek van de monniken.

Westmalle TrappistenkaasTijdens het bezoek aan de abdij hebben de aanwezigen ook kennisgemaakt met de kaasmakerij van de monniken van Westmalle.
Heerlijke kaas, zorgvuldig gemaakt, en afkomstig van de melk van de eigen koeien zoals de Groninger Blaarkoppen en Brown Swiss, die hun onderdak vinden in de boerderij van de abdij.
Al vanaf de stichting in 1794, is er in de abdij van Westmalle een boerderij. Gedurende lange tijd gericht op akkerbouw en veeteelt.
Sinds 1932 echter uitsluitend de veeteelt om te kunnen voorzien in zuivelproductie voor eigen onderhoud en de verkoop van de kaas van Westmalle.
Volgens de uitleg van broeder Joachim is er één type kaas met drie varianten in rijping gedurende 2, 6 of 12 maanden. Kenmerkend voor alle variëteiten is het lage zoutgehalte.

De Rotterdamse groep zag in de ruime veestal de carrousel waarin dagelijks de runderen op efficiënte wijze worden gemolken.
De kuddedieren volgen elkaar en nemen plaats op de langzaam draaiende carrousel waar ze worden aangesloten op het melksysteem. Voor het melken op deze manier zijn slechts twee medewerkers nodig om de tientallen koeien te melken. Om aan melk te komen worden er in grote regelmaat kalveren geboren. Een bezoek aan de kalverafdeling toont fraaie beelden van nog jonge kalveren in het stro.
Ook schapen en enkele varkens behoren tot de veestapel. Kortom, de veeteelt hebben de trappisten goed in de vingers. Ook het maken van abdijbrood is de monniken vertrouwd.

De broeders Samuel en Joachim leidden de groep aan het einde van de toer door de prachtige tuin waarin een schat aan fruitbomen en vele bloemenstruiken in volle bloei stonden.
Het tweetal trappisten draagt zorg voor de uitgestrekte tuin.

Tussentijds werd in een nabijgelegen restaurant de lunch gebruikt, waarbij men o.a. de specialiteiten van de abdij kon proeven en kopen (Westmalle bieren, abdijkaas, abdijbrood, enz.)
Ook de speciale winkel in de abdij werd bezocht waar men medailles, kaarsen, ansichtkaarten en tal van andere religieuze artikelen kon kopen.
Onder grote dankzegging aan de trappisten Samuel en Joachim en voorzien van unieke indrukken vertrok het gezelschap in de late namiddag richting Rotterdam, waar bij aankomst de dank eveneens werd bevestigd aan het organiserende drietal van deze ‘studiereis’.

Auteur: Max Cleeff