Kerkgebouw; zo begon het.....

Zo begon het ruim 100 jaar geleden

In april 1904 werd optie genomen op een gemeentelijk stuk grond aan de pas aangelegde Mathenesserlaan . Het was 3885 vierkante meter groot en zou voor 22 gulden per vierkante meter gekocht kunnen worden. Twee maanden later keurde de gemeenteraad de verkoop goed tegen de som van 85.470 gulden. In september werd de bouwgrond in eigendom overgedragen aan de inmiddels opgerichte parochie.

Er zou eerst voor 4000 gulden een houten noodkerk worden gekocht; maar helaas, het gemeentebestuur gaf geen toestemming! Een dergelijk houten gebouwtje "zou zeer misstaan aan de zo deftig aangelegde nieuwe Mathenesserlaan"! Het werd dus een drijfstenen hulpkerk, die nota bene 3000 gulden duurder was. De bouw van de hulpkerk duurde precies een maand. Het gebouwtje stond op de plek waar nu de voortuin van de plebanie ligt.

Er werden vervolgens velerlei benodigdheden voor de Eredienst aangeschaft. De benoemde pastoor A. Wreesman schonk een wit marmeren beeld van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Dit beeld is later in de nieuwe Mariakapel geplaatst en bevindt zich daar nu nog, onder een goudkleurig baldakijn.

De eerste kerkbestuursleden (kerkmeesters heetten zij toen) waren W. Harte en de aannemer J. Stelwagen, waarvan in de annalen staat vermeld: "mannen
die zowel om hun katholiciteit als om hun kennis van zaken goed te naam en te faam bekend stonden".

In december 1904 kwamen kerkbestuur en bouwcommissie bijeen voor een uiterst belangrijke beslissing: er zou een architect moeten worden gekozen. Er waren niet minder dan vijftien kandidaten!
Uitverkoren werd de aan-dezelfde-Mathenesserlaan-wonende architect P .G. Buskens. Hij had nog nooit een kerk ontworpen. In september 1906 werd zijn bouwplan goedgekeurd.

Twee maanden later werd het terrein gezegend en op het Elisabethfeest werd de eerste paal geslagen. Op 23 april 1907 legde de deken van Rotterdam de eerste steen. Die kolossale zwarte natuursteen heeft links op een hoek van het priesterkoor nog steeds een prominente plaats.
1 Mei 1908 was de Grote Dag: ons Nieuwe Kerkgebouw werd ingezegend en in gebruik genomen. Op 14 mei 1908 werd het Allerheiligste (citaat:) "uit zijn nederig stulpje naar de massieve nieuwe gebouwde Tempel overgebracht en in die Tempel straalde het licht van tweehonderd lampen, terwijl het koor hoog jubelend het "Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij die komt in de Naam des Heren" zong, alsmede het jubellied "Elisabeth ter ere, de Westerwijk tot sier".

Tot op het eind van zijn pastoraat heeft de bouwpastoor, A.J.H. Wreesman, gewerkt aan de verdere inrichting van het interieur. Zo dateert op het priesterkoor de magnifieke marmeren vloer (met mozaïekranden en dertien grote ronde afbeeldingen-in-mozaïek) van 1913. Hij is vervaardigd door de Rotterdamse kunstenaars Simonis en Storni. Geplaatst is deze vloer bij gelegenheid van Wreesmans zilveren priesterfeest. Ook zijn familiewapen is groot en prominent in de vloer aangebracht. (Als u in de Lourdeskapel rechts de treden bestijgt, ziet u het.)

Toen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een officieel bezoek kwam brengen aan ons nieuwe kerkgebouw, noemde burgemeester Zimmerman onze kerk "een van de merkwaardigste bouwwerken en schoonste kerken van nieuw Rotterdam".

Elders op deze site en ook in ons parochieblad kunt u meer lezen over dit inmiddels-kathedrale kerkgebouw en zijn geschiedenis.