Ons Kerkgebouw 100 jaar

Ons honderdjarig kerkgebouw

Onze kathedraal, een Rijksmonument dat in (2008) een eeuw Oud is, is de bisschopskerk van Zuid-Holland, dus de voornaamste, de centrale, de moederkerk van het bisdom.
Bij binnenkomst vindt u waterbekkens, verwijzend naar psalm 24: "Wie mag Gods heilige plaats betreden ? Wie rein is van handen!"
Het altaar is slechts via treden te bereiken, een uitbeelding van een vers uit psalm 43: "Ik zal opgaan naar het altaar van God, naar de God van mijn vreugde."
Het altaar is een symbool van de Rots die Christus is. Zijn vijf grote wonden staan zelfs gestileerd in het marmeren bovenblad gegraveerd.
Middenin het altaar bevindt zich een grafruimte met lichamelijke overblijfselen
(relieken) van de vroegchristelijke martelaren Faustinus en Crescentia. Bij de bisschoppelijke wijding van het altaar zijn ze daarin geplaatst om symbolisch aan te duiden, dat martelaarschap en christelijk lijden een aanvulling zijn op Christus' lijden ten bate van de Kerk (zie Petrus' Brief).
Het grote koperen kruis tegen de apsiswand heeft een oud-romaans model.
De tekst tegen de achterwand is uit het Bijbelboek Apocalyps. Er staat:
"Aan Hem die op de troon is gezeten en aan het Lam zij lof en eer en glorie en macht."
Ook de alpha en de omega, links en rechts, stammen uit dat zelfde Bijbeldeel.
Onderaan de apsismuur bevinden zich de officiële zitplaatsen van het kathedrale kapittel, de groep kanunniken die het adviescollege van de bisschop vormen.
Op het hoogste punt van de kerkvloer staat de bisschoppelijke kathedra, het meubelstuk waaraan dit gebouw zijn naam ontleent, een ontwerp van professor Haak; hypermodern en van eigentijds materiaal, daarmee aanduidend dat de Kerk ook in deze tijd thuishoort. 's Bisschops wapenspreuk en -schild staan in de hoge rugleuning gegraveerd.
In de magnifieke marmeren vloer van het priesterkoor zijn mozaïeken van twee Rotterdamse kunstenaars aangebracht: de elementen vuur, land, lucht en water; bovendien langs de apsismuur de zeven hoofdzonden, zoals de pauw voor de hoogmoed en de slak voor de traagheid.
De schitterende ramen boven de bisschopstroon verbeelden Oud- en Nieuwtestamentische taferelen die alle indirect verwijzen naar Offerdood, Opstanding of Eucharistie. (Bij het middelste raam kunt u denken aan Miltons titels: Paradise lost en Paradise regained.)
De engelen boven de sacristiedeuren zingen een eucharistische tekst van Thomas van Aquino.
Op de vier pijlers die de koepel dragen zijn in reliëf de evangelistensymbolen aangebracht.
Bij de veertien prachtige kruiswegstaties heeft schilder Dunselman een kunstgreep toegepast om ze op fresco's te laten lijken. Het Laatste Avondmaal echter is zo geschilderd, dat het de indruk wekt een mozaïek in een byzantijnse kerk te zijn; zie o.a. de gouden achtergrond als op een icoon.
De meeste beelden zijn van Franse zandsteen vervaardigd door Timmermans en vertegenwoordigen de verschillende categorieën van kerkleden: een bisdompriester en een ordengeestelijke, een jongen en een meisje, een vader en een moeder, een bisschop en een pastoor, een gehuwde en een ongetrouwde en tenslotte twee grote diaconale figuren: de mannelijke diaken Laurentius en de vrouwelijke leek Elisabeth.
De magnifieke reusachtige ramen in het transept zijn van Europees ja zelfs van wereldniveau en staan al sinds mensenheugenis op de rijksmonumentenlijst. Charles Eyck heeft ze gemaakt. Links de zaligsprekingen, rechts acht parabels.
Bijna alle andere ramen zijn van glazenier Asperslagh. Ze zijn gewijd aan Anna, Willibrord, Don Bosco, Apollonia, Lidwina, Gerardus, Bonifatius en Laurentius. Op het Laurentiusraam ziet u, dat onze bisdomstads- en kerkpatroon een geldbuidel en een kelk ontvangt, verwijzend naar de tweeledige taak van een diaken; ook zijn marteldood is weergegeven, alsook de Rotterdamse St. Laurenstoren.
Het gekleurde bronzen beeld van Laurentius uit 1988 van Samson is een geschenk van een onbekende.
De bronzen Don-Boscofiguur van Brom uit 1940 is kunstzinnig van zeer hoge kwaliteit.
Ook de zittende Jozef is van hem en Margry schiep het Carrarisch-marmeren Christusbeeld.
De houten zeer-levensechte sculptuur van Moeder Teresa is recent door een parochiaan geschonken.
In de doopkapel vindt u een magnifiek hekwerk en een schitterend bronzen doopvontdeksel met de paradijsrivieren, beide van de hand van de vermaarde edelsmid Brom. Geestig is, dat hij de verderfelijke paradijsslang de taak heeft gegeven dat deksel te verwijderen. zodat die veroorzaker-van-de-erfzonde hier het tegenóvergestelde moet doen: zorgen dat er gedoopt en vergeven kan worden.
In de Sacramentskapel bevindt zich het tabernakel met op de deur de twee engelen die ook op de ark van het verbond stonden. In deze kapel verwijzen alle twintig schilderingen naar de liefde, terwijl op de altaartombe in het Latijn een tekst van Luther staat.

Hoe verliep onze Kerkconsecratie?

Bij de aanvang van de kerkconsecratieplechtigheid is de bisschop driemaal om het gebouw heen gelopen om de muren met wijwater te zegenen.
De rondgang beëindigde hij met dit gebed: "Zegen, Heer, dit huis dat ik voor uw Naam gebouwd heb en verhoor vanaf uw verheven troon de gebeden van allen die op deze plaats komen, want dit wordt een huis van gebed en van smeking voor uw volk"Daarna heeft hij drie keer met de bisschopsstaf op de kerkdeur geklopt, "Doet open" geroepen en de drempel met het kruisteken gesigneerd. Toen betrad hij het gebouw voor het eerst onder de zegenwens (met het oog op alle toekomstige gebruikers): "Vrede aan dit huis bij uw binnentreden".
Op de kerkvloer was as gestrooid in de vorm van een heel grote X, omdat dit de eerste letter is van de naam Christus in het Grieks. De symboliek ervan is, dat Christus het gebouw definitief in eigendom krijgt.
De bisschop schreef toen met zijn staf het dubbele alfabet in die as, daarmee duidend op de universele bestemming van dit bouwwerk.
Daarna werd er water gewijd, waaraan zout, as en wijn werden toegevoegd.
Bij het aandragen van het water werd gebeden: ':Stort de regen van uw genade uit over dit huis".
Het zout symboliseert zuivering en het behoeden tegen bederf.
De as duidt op nederigheid en versterving.
De wijn is natuurlijk een teken van vreugde en verwijst ook naar Hem die de ware Wijnstok wordt genoemd.
De bisschop heeft toen zeven maal een omgang rond het altaar gemaakt, dit ondertussen besprenkelend met het genoemde bijzondere water tijdens het bidden van de 50e psalm.
Vervolgens zijn alle binnenmuren besprenkeld en de vloer kruisgewijs. voortdurend onder het bidden van psalmen.
Daarna is de stoep van onze kerk gezalfd met chrisma.
Vervolgens zijn overblijfselen van enkele heiligen in het altaar begraven.
Om het altaar geschikt te maken voor het Eucharistisch Offer, is het geheel en al gezalfd met catechumenenolie en chrisma en daarna plechtig bewierookt.
Ook het altaar is een Christussymbool en wordt daarom bij elke Heilige Mis gekust.
Aan de binnenmuren van onze kerk zijn twaalf kruisjes aangebracht, verwijzend naar de twaalf apostelen waarop de Kerk steunt.
Deze kruisjes zijn stuk voor stuk door de bisschop gezalfd met chrisma en bewierookt.
Er zijn apostellichten bij aangebracht, kaarsen die bij die plechtige
kerkwijding en ook op de jaarherdenkingsdagen hiervan worden aangestoken, omdat het de apostelen zijn die het licht van het Evangelie over de wereld droegen.
Dit alles staat ook in verband met de woorden uit het Boek der Openbaring:
"De stadsmuur heeft twaalf grondstenen en daarop de namen van de apostelen van het Lam". En ook: "De Stad heeft de zon niet nodig noch de maan om haar te beschijnen, want de luister van God verlicht haar".
Eigenlijk is dus ons hele kerkgebouw een voorafbeelding van het hemelse Jeruzalem. Daarom werd die grote plechtigheid besloten met het zingen van de volgende teksten: "Van kostbare steen zijn al uw muren en de torens van Jeruzalem zullen uit edelsteen gebouwd worden". En: "Dit is de grote hemelstad, Jeruzalem, getooid als de Bruid van het Lam". En: 'Treed vaak deze Stad van God binnen".

Door talloze mensen zijn in de afgelopen honderd jaar parochie en kerkgebouw gemaakt tot wat zij zijn: priesters en diakens, bestuursleden en kosters, koorleden en organisten, acolieten en misdienaars, collectanten en schoonmakers, kerkopenstellers en secretariaatsmedewerkers, redacteuren en organisatoren, gastvrouwen en bloemverzorgsters, catecheten en rondleiders, kunstenaars en technici, architecten en aannemers, uitvoerders en arbeiders, grote weldoeners en onbekenden die met kleine giften het werk mogelijk maakten, parochianen en zoveel andere mannen en vrouwen, jongens en meisjes, die op welke manier dan ook hun steentje hebben bijgedragen tot de opbouw van onze kerk en onze parochie !
HULDE, GROTE WAARDERING
EN HEELVEEL DANK AAN HEN ALLEN! ! !
Tom Remken.