Over - Liturgische gebruiken

Het gebruik van wierook.

Ons huidige tijdsbestel wordt gekenmerkt door een toenemende behoefte aan rituelen en symbolen.
Ons geloof willen we immers niet enkel met ons hoofd beleven, verstandelijk, maar ook met ons hart, of beter nog: met ons hele lichaam, met onze zintuigen.
Het geloof is uit het gehoor, maar je moet het ook kunnen zien, kunnen voelen, proeven en ruiken.
Daartoe beschikt de christelijke traditie over een rijke schat aan tekenen: brood en wijn, water, zalf, licht, kaarsen, kruis, palmtakken enzovoort.
Wierook behoort ook tot deze ”familie van tekens”.
Wierook is in de rooms-katholieke en de oosters-orthodoxe liturgie heel vertrouwd en zelfs vindt een bescheiden gebruik van wierook tegenwoordig ook in protestantse kerken ingang.
Wat is wierook?
Het woord wijst al op het bijzondere karakter.
“Wie” is een verkorting van “gewijd”.
Het is dus gewijde rook, heilige rook.
Wierook ontstaat door het branden van wierookkorrels op gloeiende kooltjes.
Door het smelten van die korrels stijgt er een aangename geurige rook omhoog.
Voordat het wierookvat wordt gebruikt, “wijdt” de priester dan ook eerst de rook door het maken van een zegenend gebaar.
De wierookkorrels zelf zijn samengesteld uit een aantal stoffen: gomhars, fijne kruiden, bloemblaadjes (bijvoorbeeld roos of jasmijn ).
De gomhars is afkomstig van de wierookboom die vooral in het Midden-Oosten groeit.
De hars wordt gewonnen door inkepingen in de boom te maken.
Daarop vormen zich dan witte druppels die zich verharden tot kristallen.
Wierookkorrels branden ongeveer een minuut of tien, de kooltjes smeulen ongeveer een uur.
(De volgende artikeltjes gaan over het gebruik in Oude en Nieuwe Testament en in de Kerkliturgie