Zambia – Land van vreedzame diversiteit


zambia on mapIn zuidelijk Centraal-Afrika ligt Zambia, een voor Afrikaanse begrippen middelgroot land (752.614 km2 – ca. achttien keer Nederland).
Deze voormalige Britse kroonkolo-nie werd in 1964 onafhankelijk, Engels is er nog altijd de officiële voertaal. De Republiek Zambia heeft een democratisch gekozen president en parlement.
Het land is de grootste koperproducent van Afrika, maar dalende koperprijzen en een zware buiten-landse schuldenlast zetten de economie zwaar onder druk.
Daarnaast heeft de aids-epidemie, die uitbrak in de jaren negentig, een verwoestend effect op alle ontwikke-lingsprocessen.
Er zijn naar schatting bijna één miljoen weeskinderen, op een bevolking van vijftien miljoen.


BAKERMAT VAN DE MENSHEID
De eerste sporen van menselijke activiteit in Zambia zijn zeker twee miljoen jaar oud.
Recent zijn bij opgravingen rond de hoofdstad Lusaka en de Kalambo Watervallen (bij Mbala, in het noordoosten) resten gevonden van menselijke beschaving van zo’n 300.000 jaar geleden.
Uit die periode dateert ook de beroemde Broken Hill Man, de oudste menselijke schedel die in Afrika is gevonden.
Deze Rhodesiëmens of Homo heidelbergensis is de gemeenschappelijke voorouder van de Homo sapiens in Afrika en de Neanderthaler in Europa.
De Homo sapiens (de ‘moderne’ mens) die ongeveer 25.000 jaar geleden in Zambia verscheen, leek op de tegenwoordige Khoisan (Bosjesmannen).
Zij deden een revolutionaire uitvinding: de pijl en boog.
Tussen de 300 voor en 400 na Chr. werd het gebied van de oorspronkelijke bewoners overgenomen door negroïde mensen.
Deze latere Bantoes brachten een totaal andere cultuur mee: ze hielden vee, maakten aardewerk en leefden in houten gepleisterde huizen.
Ze gebruikten ijzeren bijlen en messen voor de landbouw. Hun methode van kappen en verbranden van bos om nieuwe landbouwgrond te verkrijgen, chitemene, wordt in delen van Zambia nog altijd toegepast. Naast ijzer werd ook koper gedolven, dat ze onder meer gebruikten als betaalmiddel. De eerste kopermijnen ontstonden rond 350 na Chr. Tegenwoordig, 1600 jaar later, vormt de koperwinning nog steeds de grootste bron van inkomsten voor Zambia.

PRE-KOLONIALE PERIODE
Vanaf de tiende eeuw ontstond een levendige handel in onder meer koper, ijzer, katoen, tabak en aardewerk.
Rond de koninkrijkjes en stammen die waren ontstaan ontwikkelden zich handelscentra, die hun waren ook exporteerden naar Arabische landen.
In de vijftiende eeuw luidden de Portugezen het tijdperk in van de grote Europese ontdekkingstochten. Zij zochten alternatieve handelsroutes en wilden islamitische volken bekeren.
De Portugezen vestigden zich onder meer op de kusten van Angola en Mozambique en namen de rol van de Arabieren als handelspartner over.
De handel in koper en ivoor bracht hen grote rijkdom, maar al snel werden slaven hun belangrijkste handelswaar.

INVASIES UIT HET ZUIDEN
In de vroege negentiende eeuw vestigde koning Shaka Zulu in zuidelijk Afrika een wreed militaristisch bewind, waarmee hij zoveel mogelijk buurstammen onder zijn bestuur wilde brengen.
Een aantal van deze stammen vluchtte naar het noorden en vestigde zich in Zimbabwe en het huidige Zambia. Zo ontstond een smeltkroes van etnische groepen.

LIVINGSTONE: MISSIONARIS EN ONTDEKKINGSREIZIGER
Vanaf het midden van de negentiende eeuw trokken meer Europeanen naar Afrika: het was de tijd van ontdekkingsreizigers en missionarissen.
De jonge Schotse arts en zendeling David Livingstone was een van hen. Hij arriveerde voor het eerst in Afrika in 1840 en reisde jarenlang door Centraal-Afrika, waar nog nooit een Europeaan was geweest. Aanvankelijk wilde hij de inheemse bevolking bekeren, maar die bleek daar volgens hem nog niet aan toe te zijn.
victoria 618x216 big
VICTORIA WATERVALLEN
Livingstone liet zijn volgende expeditie financieren door de Britse regering en de Royal Geographical Society.
Zij gaven hem opdracht de handelsmogelijkheden in Zuidoost-Afrika te onderzoeken door de Zambezi rivier af te varen.
Tijdens deze tocht maakte hij kennis met de gevolgen van de slavenhandel, die hij ten diepste verafschuwde.
De enige manier om deze te stoppen was volgens hem met een ontwikkelingsprogramma dat missie en handel combineerde en waarbij slaven werden vervangen door katoen.
Zijn reisverslagen wekten de belangstelling van Britse imperialisten als Cecil Rhodes, waarover later meer.

Op de grens van Zambia en Zimbabwe ‘ontdekte’ Livingstone grote watervallen, die bij de lokale bevolking bekendstonden als Mosi-Oa-Tunya: de rook die dondert.
Hij noemde ze naar zijn koningin: Victoria Watervallen. Ze worden gerekend tot de zeven wereldwonderen en sinds 1989 behoren ze tot UNESCO Wereld Erfgoed.
Toeristen komen er graag om te raften en te kanoën.

ZOEKTOCHT NAAR DE BRON VAN DE NIJL
In 1866 keerde Livingstone terug voor wat zijn laatste reis zou worden, dit keer om de bron van de Nijl te zoeken. livingstone
Nadat hij al vier jaar geen contact had gehad met de buitenwereld, ging de Britse journalist Henry Stanley naar hem op zoek.
Uiteindelijk vond deze zijn landgenoot in 1871 in Ujiji, een Tanzaniaans stadje aan het Tanganyikameer.
Stanley sprak hem aan met de legendarisch geworden woorden: “Dr. Livingstone I presume?” Livingstone weigerde terug te keren naar Europa en zette zijn zoektocht voort.
Hij overleed in 1873. Stanley bracht zijn lichaam terug naar Engeland, waar het werd bijgezet in West-minster Abbey. De Zambiaanse stad Livingstone, vlakbij de Victoria Watervallen, herinnert nog altijd aan deze onverschrokken ontdekkingsreiziger. De stad is een geliefde plek voor toeristen.
David Livingstone inspireerde andere missionarissen, die vanaf het einde van de negen-tiende eeuw steeds vaker naar Afrika trokken.
Onder hen bevond zich de witte pater Joseph Dupont, die van de Rooms-katholieke kerk opdracht had gekregen om de Bemba in Zambia te bekeren.

ZAMBIA WORDT EEN BRITSE KOLONIE
Nu de belangstelling van Europa voor Afrika was gewekt, zochten tal van ondernemers en landen er hun fortuin.
Zoals de Britse imperialistische ondernemer Cecil Rhodes, die droomde van een Brits-Afrikaans rijk, met een spoorlijn van Caïro naar Kaapstad.
Hij richtte de British South African Company (BSAC) op.
Tegen het eind van de negentiende eeuw bezat zijn bedrijf niet alleen diamantmijnen in Zuid-Afrika, maar had hij ook heel Zambia via list en bedrog in bezit genomen.
In 1911 werd dit gebied naar Rhodes vernoemd: Noord-Rhodesië, de stad Livingstone werd de hoofdstad.
Op hun tekentafel trokken de Europese koloniale machten de nieuwe landsgrenzen van het Afrikaanse continent.

UITBUITING EN DWANGARBEID
De BSAC had maar een doel en dat was zoveel mogelijk winst maken.
Alle Afrikaanse mannen moesten een zogenoemde Hut-belasting betalen, waarmee onder meer de spoorlijn tussen de Victoria Watervallen en Katenga in Zaïre (Congo-Kinshasa) werd gefinancierd.
Duizenden Zambianen werden gedwongen te werken in de mijnen in Zuid-Afrika en Zuid-Rhodesië (Zimbabwe).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen zo’n twintigduizend Zambianen om door ziekte en uitputting, nadat ze tewerkgesteld waren als dragers voor de Britse strijdkrachten in Oost-Afrika.
Delen van Zambia verloren vrijwel al hun mannelijke arbeidskrachten; grote stukken grond werden uitgedeeld aan blanke kolonisten.
Dankzij de scholing die de missionarissen boden aan de Afrikaanse inwoners, ontstond bij hen een groeiende politieke bewustwording.

BRITS PROTECTORAAT
In 1923 vond de Britse regering dat het zo niet langer kon.
Het Koloniaal Bureau nam het bestuur over van de BSAC en verklaarde het land tot Brits Protectoraat, waar de Afrikaanse belangen centraal zouden staan.
Hoewel dit bestuur minder wreed was dan het voorgaande, introduceerde het wel een vorm van apartheid, met pasjeswetten en andere beperkingen.
De blanken bleven een bevoorrechte elite. Handelaren uit andere Britse gebieden, zoals India en Pakistan kwamen naar Zambia om zich er te vestigen.

KOPERKOORTS
Eind jaren twintig werd in Zambia de Kopergordel ontdekt, een gebied van honderdtwintig bij veertig kilometer, waar zich een van ’s werelds grootste concentraties koper bleek te bevinden.
Dit trok grootschalige buitenlandse investeerders aan die de mijnen gingen exploiteren, uiteraard voor eigen gewin. Uit het hele land werden mijnwerkers gerekruteerd, die zich vestigden rond de mijnen. Stamverbanden verwaterden hierdoor, een mijnwerker was een mijnwerker, niet een Bemba, Tonga of Lozi.
Voor het eerst ontstond onder hen een gevoel van eenheid: ‘one Zambia, one nation’. Aanvankelijk waren het management en de geschoolde banen in handen van de blanken.
Nadat de mijnwerkers zich hadden georganiseerd en in opstand kwamen, kregen Afrikanen in de loop van de jaren vijftig geleidelijk aan leidinggevende posities.

MELKKOE VAN DE FEDERATIE
In 1953 stemde het Koloniaal Bureau in met de vorming van een federatie met Nyasa-land (Malawi) en Zuid-Rhodesië.
Inmiddels was een nationalistische beweging ontstaan, die zich hiertegen verzette. Deze vreesde dat Zambia de melkkoe zou worden van het bankroete buurland.
En dat gebeurde inderdaad: al het geld dat in de kopermijnen werd verdiend stroomde naar Zuid-Rhodesië, om daar de economie op te bouwen.
Zambia zelf bezat geen enkele geasfalteerde weg, laat staan een universiteit of een adequaat stelsel van onderwijs en gezondheidszorg.
De strijd tegen de federatie veranderde in een onafhankelijkheidsstrijd.

ONAFHANKELIJKHEID
Kenneth KaundaOp 1 januari 1964 werd Zambia onafhankelijk. De charismatische activist Kenneth Kaunda, oprichter van de United National Independence Party (UNIP), werd gekozen tot de eerste president.
In de omringende landen streed de zwarte bevolking nog lang voor onafhankelijkheid. Zambia werd een veilige haven voor politieke vluchtelingen.
Kaunda introduceerde het Zambiaans humanisme, dat was gebaseerd op socialisme, traditie en christendom. Er werden veel staatsbedrijven opgericht en de levensstandaard verbeterde.
Met zijn politiek van non-raciale, geweldloze verzoening genoot Kaunda internationaal gezag.

INVOERING MEERPARTIJENSTELSEL
De Zambiaanse economie was traditioneel sterk afhankelijk van Zuid-Afrika; het apart-heidsregime in Pretoria deed zijn best die te ondermijnen.
Daarop probeerde Zambia de handel met zuidelijk Afrika flink in te perken, maar het vond onvoldoende vervangende handelspartners.
De economie raakte in het slop en de buitenlandse schulden groeiden gestaag. De situatie verslechterde toen in de jaren zeventig de koperprijs daalde.
Er ontstond een groeiende onvrede over het beleid van Kaunda, die geen oppositie toestond.
Uiteindelijk werd in 1990, onder binnen- en buitenlandse druk, een meerpartijen-stelsel ingevoerd. Twee jaar later werd vakbondsleider Frederick Chiluba tot president gekozen.

DEMOCRATIE, HERVORMINGEN EN CORRUPTIE
Bij zijn ambtsaanvaarding verklaarde Chiluba het christendom tot officiële staatsgodsdienst.
Hij voerde grootscheepse privatiseringen door en introduceerde een programma van economische hervormingen.
De Wereldbank stelde Zambia tot voorbeeld en verhoogde de kredieten. Het land werd de lieveling van hulporganisaties en internationale investeerders.
Hun enthousiasme bekoelde toen de regering corrupt en onderdrukkend bleek.
Uiteindelijk werd Chiluba in 2002 opgevolgd door de jurist Levy Mwanawasa. Ook deze voerde economische hervormingen door, die hem populair maakten in het binnen- en buitenland.
Na zijn onverwachte dood in 2008 werd hij opgevolgd door Rupiah Ban-da, die de economische politiek van zijn voorganger voortzette.

KRITIEK OP ROL VAN CHINA
Drie jaar later won Michael Sata de verkiezingen; hij werd de vijfde president van Zambia.
Sata had felle kritiek op de Chinese staatsbedrijven, die al sinds de onafhankelijkheid in 1964 grote investeringen deden in Zambia, met name in de koperwinning.
De Chinezen beloofden de Zambianen nieuwe industrieparken. Daar kwam echter niets van terecht, zelfs een simpele koperdraadfabriek is niet te vinden in Zambia.
Het moet koperdraad importeren uit China. Sata beschuldigde de Chinezen ervan hun Zambiaanse arbeiders te behandelen als slaven.
Na de dood van Sata in 2014 werd de blanke Guy Scott interim-president.

DEMOCRATIE ONDER DRUK
In 2015 werd oud-minister van Justitie en Defensie Edgar Lungu president, na een zeer krappe verkiezingsoverwinning op oppositieleider en zakenman Hakainde Hichilema.
Lungu en zijn Patriottisch Front staan bekend als bewonderaar van Robert Mugabe’s eenpartijstaat, wat vragen oproept over hun democratische gezindheid.
Lungu beschuldigde Hichilema in april 2017 van verraad en poging tot een staatsgreep. Hij liet zijn opponent arresteren en zonder proces opsluiten in een maximaal beveiligde gevangenis.
Daarop spraken de drie leidende christelijke kerken hun zorg uit over de ontwikkeling van het politieke klimaat. Ze stelden vast dat de situatie van de mensenrechten verslechtert.
De persvrijheid wordt ingeperkt en er is sprake van intimidatie door de staatspolitie.
De kerken vrezen dat Zambia, dat altijd bekend stond als een redelijk vreedzame en stabiele democratie, verandert in een dictatuur.
Zij roepen op tot een nationale dialoog. De Zambianen hebben in het verleden gestreden voor hun onafhankelijkheid en later voor het democratiseren van het landsbestuur.
Ze hechten veel waarde aan hun democratische waarden, die nu onder druk staan.

DE BEVOLKING
kinderenIn Zambia wonen rond vijftien miljoen mensen, waarvan ongeveer de helft jonger is dan veertien jaar, ouderen zijn er nauwelijks.
Tweederde van de bevolking leeft onder de armoedegrens en bijna de helft woont in stedelijke gebieden.
Daarmee is Zambia het meest verstedelijkte land van Afrika. Ruim 98 procent van de bevolking behoort tot een van de 73 Bantoestammen, die elk hun eigen taal spreken.
De basis van een Bantoe-stam vormt de clan, een groep verwante families. Op het platteland heeft de chief traditioneel nog veel gezag.
De officiële taal is het Engels, maar in het dagelijks leven wordt veel Kitchen Kaffir gesproken, een mengeling van Afrikaanse, Bantoe en Engelse woorden.
De belangrijkste Bantoetalen zijn het Bemba (met 21 procent de grootste), Tonga, Nyanja, Lunda, Luvale, Lozi en Kaounde.
Twee procent van de bevolking bestaat uit Aziaten en Europeanen. De meeste Aziaten zijn van Indiase en Chinese komaf, zij vormen een levendige gemeenschap van handelaren.
De Europeanen zijn voor een deel blanken die van hun land werden gezet in Zimbabwe.
De Zambiaanse samenleving is een levendige mix van culturen, (spirituele) tradities, normen en waarden. De mensen worden algemeen beschouwd als zeer vriendelijk en gastvrij.
Anders dan in veel Afrikaanse landen leven in Zambia de verschillende etnische groepen en stammen naast elkaar in een vreedzame diversiteit.

RELIGIE
Hoewel Zambia sinds 1991 officieel christelijk is, hangt zeventig procent van de bevolking (ook) een traditionele Afrikaanse religie aan.
Er zijn naar schatting zo’n tweehonderd verschillende christelijke kerken, waarvan de rooms-katholieke de grootste en meest actieve is.

GEOGRAFIE
Zambia wordt volledig ingesloten door buurlanden: de Democratische Republiek Congo en Tanzania in het noorden, Malawi en Mozambique in het oosten,
Zimbabwe en Namibië in het zuiden en Angola in het westen.
Het landschap bestaat grotendeels uit een hoogvlakte met een gemiddelde hoogte van 1100 meter boven zeeniveau.
In het oosten liggen bergketens, verder is het landschap overwegend vlak, met kleine heuvels. Dwars door de hoogvlakte loopt de vallei van de Zambezi rivier met zijn zij-rivieren.

KLIMAAT
Dankzij de hoge ligging is het klimaat aangenamer dan in de meeste tropische landen.
Er zijn drie seizoenen: van april tot augustus is het koel en droog, van augustus tot november is het heet en droog.
Het warme, natte seizoen duurt van november tot april. De gemiddelde temperatuur verschilt per gebied.

NATUUR
Zambia heeft meer ongerept miombo (Swahili voor tropische boomsoort) bosgebied dan enig ander land.
Er is een overvloed aan vogelsoorten en wilde dieren als olifanten, leeuwen, giraffen en zebra’s.
Het land kent een groot aantal nationale parken en natuurbeschermingsorganisaties.
Deze parken zijn zeer in trek bij toeristen die graag safari’s maken, vogels kijken en genieten van de imposante natuur.

HIV/AIDS EPIDEMIE IN ZAMBIA
Rond het midden van de jaren tachtig werd de wereldbevolking geconfronteerd met een nieuwe pandemie, die miljoenen mensenlevens zou eisen en die nog steeds slachtoffers maakt: hiv/aids.
Afrika ten zuiden van de Sahara is het zwaarst getroffen. Zo’n zeventig procent van alle mensen met hiv/aids en negentig procent van alle besmette kinderen leeft in deze regio.
Dankzij medicatie en voorlichting is het aantal nieuwe hiv-infecties in de afgelopen tien jaar met een kwart gedaald.|

GEVOLGEN
Naar schatting een miljoen Zambianen leeft met hiv/aids. Dit legt een zware druk op de zwakke economie, want de ziekte maakt de meeste slachtoffers onder de actieve bevolking: twintig procent van de 15-45 jarigen is ziek of besmet. Een hele generatie lijkt weggevaagd; ongeveer een miljoen kinderen zijn (half)wees geworden. Zij worden meestal opgevangen door familie, vaak grootouders, die te weinig geld hebben om deze kinderen naar school te laten gaan. Bovendien zijn veel gekwalificeerde onderwijzers ziek geworden of overleden.
Ook de gezondheidszorg kampt met een chronisch tekort aan professionele staf, terwijl zo’n zestig procent van de ziekenhuispatiënten lijdt aan hiv/aids gerelateerde aandoeningen.

OVERHEIDSMAATREGELEN
Nog voordat de pandemie begin jaren negentig in volle omvang uitbrak, kwam de Zambiaanse overheid al met een noodplan om verspreiding van de ziekte tegen te gaan.
Zo moesten alle bloedtransfusies worden getest op hiv. Sinds 2002 stelt de overheid gratis hiv-remmers beschikbaar voor de hele bevolking.
Zwangere vrouwen worden standaard getest op hiv. Dit ART-programma (anti retroviral treatment) kampt echter met problemen: onvoldoende professionals die kunnen adviseren, testen en behandelen, onvoldoende medicijnen, slechte bevoorrading en hoge kosten per patiënt.
Bovendien is de schaamte groot, vooral onder mannen, waardoor veel mensen zich niet laten testen.
Ook zijn mensen vaak slecht geïnformeerd over de behandeling, zeker in de arme regio’s, waar nog veel mensen niet of nauwelijks kunnen lezen en waar de ziekenhuizen en artsen onbereikbaar zijn voor mensen die geen geld hebben voor het openbaar vervoer.

Hoopvolle ontwikkelingen In de afgelopen decennia zijn steeds betere medicijnen ontwikkeld, waardoor mensen met hiv niet meer sterven aan aids.
Ze moeten dan wel levenslang trouw medicijnen slikken om gezond te blijven. Wie hiv-remmers slikt kan anderen niet meer infecteren.
Dankzij goede voorlichting, zorg, gratis tests en medicijnen begint het tij te keren.
Het aantal nieuwe besmettingen neemt af en de gemiddelde levensverwachting is gestegen van 50 in de jaren negentig naar 58.

CAMPAGNEPROJECT 2018
Het Vastenactie campagneproject 2018 richt zich op de stad Mbala, in het noorden van Zambia. Ook hier heeft het hiv-virus hard toegeslagen.
Duizenden mensen zijn geïnfecteerd en velen overleden.
De zusters van de Heilige Harten van Jezus en Maria hebben het Households in Distress-programma opgezet om de impact van hiv/aids te verminde-ren via voorlichting, goede gezondheidszorg, armoedebestrijding en opleiding en opvang van (gehandicapte) kinderen en volwassenen.
Als onderdeel van het HID-programma gaan dertig vrijwilligers regelmatig op huisbezoek bij zieken.
Mercey Nambeya (32) doet al vanaf het begin mee. Ze helpt haar buurtgenoten met wassen en aankleden, medicijnen innemen, schoonmaken en koken.
Waarom? “Omdat het me een goed gevoel geeft anderen te helpen.”

WAT IS HIV/AIDS?
Aids wordt veroorzaakt door het hiv-virus (Human Immunodeficiëncy Virus) dat het afweersysteem afbreekt, waardoor het menselijk lichaam vatbaar wordt voor sommige vormen van kanker en allerlei infecties.
Hiv is niet zichtbaar: iemand kan jaren besmet zijn zonder ziek te worden. Je kan de besmetting echter wel doorgeven, via seksueel contact, bloedtransfusie, of aan je baby, bijvoorbeeld tijdens de bevalling of via de borstvoeding.
Hoe ziek je bent wordt bepaald door het aantal T-cellen (witte bloedcellen in je afweersys-teem). Bij gezonde mensen ligt dat tussen 450 en 1600. Voorheen kregen patiënten pas medicijnen als hun T-cellen tot rond de 200 waren gedaald en ze ziek dreigden te worden. Tegenwoordig start de medicatie direct na de diagnose.
Dankzij deze medicatie is hiv/aids van een dodelijke ziekte veranderd in een chronische, mits je levenslang de medicijnen blijft gebruiken.

Afdrukken E-mail