Vierde zondag van Pasen jaar 7 mei 2017 Jaar A

Handelingen 2,14a.36-41
Uit de Handelingen der Apostelen

Op de dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren
en verhief zijn stem om het woord tot de menigte te richten:
“Voor heel het huis van Israël moet onomstotelijk vaststaan,
dat God die Jezus die gij gekruisigd hebt,
tot Heer en Christus heeft gemaakt,”
bijbel boekToen zij dit hoorden, waren zij diep getroffen
en zeiden tot Petrus en de overige apostelen:
“Wat moeten we doen, mannen, broeders?”
Petrus gaf hun ten antwoord:
“Bekeert u
en ieder van u late zich dopen
in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.
Dan zult gij als gave de heilige Geest ontvangen.
Want die belofte geldt u,
uw kinderen en alle mensen, waar dan ook,
zovelen de Heer onze God zal roepen.”
Met nog vele andere woorden legde hij getuigenis af,
en hij vermaande hen:
“Redt u uit dit ontaarde geslacht.”

Die zijn woord aannamen lieten zich dopen,
zodat op die dag
ongeveer drieduizend mensen zich aansloten.

1 Petrus 2,20b-25
Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus

Dierbaren,

Geduldig verdragen wat gij te lijden hebt
om uw goede daden,
dat is het wat God behaagt.
Het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
gij moet in zijn voetstappen treden.
Hij heeft geen zonde gedaan
en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij gescholden werd,
schold Hij niet terug.
Als men Hem leed aandeed,
uitte Hij geen dreigementen.
Hij liet zijn zaak over
aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In zijn eigen lichaam
heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen,
opdat wij aan de zonden zouden afsterven
en gaan leven voor gerechtigheid.
Door zijn striemen zijt gij genezen.
Want gij waart verdwaald als schapen,
maar nu zijt ge bekeerd
tot de herder en behoeder van uw zielen.

JohannesJohannes 10,1-10
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes

In die tijd zei Jezus:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie niet door de deur,
maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat,
hij is een dief en een rover.
Maar wie door de deur binnengaat,
is de herder van de schapen.
Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem;
hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten.
En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit,
terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen ze niet volgen;
integendeel, zij zullen van hem wegvluchten,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.” Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,
maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
Een andere keer zei Jezus tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Ik ben de deur van de schapen.
Allen die voor Mij zijn gekomen, zijn dieven en rovers,
maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
lk ben de deur.
Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered;
hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
De dief komt alleen maar om te stelen,
te slachten en te vernietigen.
lk ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed.”

Afdrukken E-mail