Rondgang door de Laurentius en Elisabeth Kathedraal Rotterdam.

De voorgevel
De architect van dit kerkgebouw stond bij de  constructie het profiel van de Wartburg voor ogen, het nog-steeds-bestaande kasteel waar de heilige Elisabeth van Hongarije in haar huwelijksjaren woonde; het huis naast de kerk stelt het tuinhuis van het kasteel voor.
De architect heeft, om de zware "kasteelgevel" te verlevendigen, tussen de ingangsdeuren en het kerkhek achter drie rondbogen een open ruimte geschapen en alle ramen maar vooral de twee zijdeuren verdiept in de voorgevel aangebracht om reliëfwerking te verkrijgen.
Het hele kerkgebouw is in de vorm van een Latijns kruis gebouwd.
Aan de voorgevel van onze kathedraal kunt u drie gestileerde stenen kruisen ontdekken waarvan er één omgeven is door de woorden "0 Crux ave, spes unica"
(Gegroet 0 Kruis, enige hoop).
Twee apostelen hebben hun naam gegeven aan de luiklokken die in onze kathedrale toren hangen, namelijk Petrus en Johannes, de derde klok heet Gerardus.
Tegen de grote zijgevels van onze kathedraal zijn enkele monsterlijke koppen aangebracht die symbolisch de kwade invloeden, die het kerkgebouw bedreigen, moeten afschrikken.
Links van de buitentrappen zit een grijze gedenksteen ter herinnering aan de architect van onze kerk P.G. Buskens (1872-1939).
Boven de ingang is een door kunstenaar Leeflang gehouwen reliëf van Elisabeth die beschermend de handen uitstrekt over een verkleind model van onze kerk.
U moet, zoals bij vrijwel alle kerken, eerst treden beklimmen om daarmee aan te geven dat God hoger is dan wij en dat wij daarbinnen ons hart gaan verheffen (Sursum corda).
Aan het kerkhek is een mooi bewerkt kruis bevestigd, waarin links de Heilige Schrift met de letters alfa en omega staat gedreven en een roos (symbool van Elisabeth), met ernaast de naam van de kathedraal en de wapens van de vorige bisschoppen, terwijl bovenaan het wapen van het bisdom Rotterdam staat.
De narthex
In deze voorhal, zoals de narthex ook wel wordt genoemd, hangen heel bijzonder gesmede lampen en in de vloer zijn drie grote kruisen aangebracht waarmee wordt aangeduid dat wij gewijde grond betreden.
Deze voorhal heeft kunstig gemetselde kleine gewelven en is in twee kleuren baksteen uitgevoerd.
De kerk betreden we vervolgens via de magnifieke hoofddeuren.
Boven de linker deur staat in de smalle raamstijl geschreven
"Venite exultemus Domino" (Psalm 97:12) wat betekent:
"Komt, laten wij ons verheugen in de Heer"; daarboven ziet u een in-hout-uitgesneden aanduiding van God de Vader met twee menselijke figuurtjes eronder.
Boven de middelste deur staat de volgende oproep: "Jubilemus Deo salutari nostro"
(Psalm 95:1). Dit betekent: "Laten wij jubelen in God ons heil' en daarboven het XP-teken en de A en Ω, eerste en laatste Griekse letter: een aanduiding, van Christus die het Begin en het Einde is.
Boven de rechter deur is "Venite adoremus Dominum" "Komt, laten wij de Heer aanbidden ", (Psalm 95: 1) te lezen en daarboven is de Heilige Geest in houtsnijwerk uitgebeeld, weer samen met twee mensfiguren die de Geestesgaven ontvangen.
Het middenschip
Het interieur is uit gele verblendsteen opgetrokken en de korte bogen rusten op dubbele kolommen van graniet uit Beieren die onderaan een basement van hardsteen hebben en bovenaan een gedecoreerd zandstenen kapiteel.
De decoraties aan die kapitelen, allemaal symbolen in ondiep-reliëf, zijn alle verschillend.
De kerk is 67 meter lang, heeft een breedte van 33 meter en de hoogte onder de koepel is 24 meter.
Dit middenschip met zijn machtige lijnenspel is uitzonderlijk breed en wordt overwelfd door halve cirkelbooggewelven waarvan de traveeën verdeeld worden door gemetselde bogen met een enorme spanning.
De muren van het schip zijn gesloten wanden maar zijn op drie verschillende manieren opengewerkt: onderaan door de prachtige paarsgewijs geplaatste bogen die toegang geven tot de zijbeuken, daarboven door het in de muur uitgespaarde triforium en tenslotte door de imposante Romaanse glas-in-loodramen.
De stijl van dit gebouw kan Neoromaans worden genoemd.
De kerk is op I mei 1908 ingezegend, maar de hele voorgevel en het deel van de kerk daar vlak achter waren toen nog niet voltooid. Dit deel kon pas na de Eerste Wereldoorlog tot stand komen, zodat het voltooide gebouw op 8 mei 1922 is geconsacreerd.
Die twee bouwfasen zijn nog duidelijk te zien aan de vloer in de looppaden.
U loopt eerst twaalf meter over een tegelvloer van 1922 en daarna pas over de mozaïekvloer van de Gentse kunstenaar Pichu die vele jaren eerder tot stand kwam.
Door het middenpad
Langs de gevel van het schip staat links het beeld van Leonardus van Veghel, één van de Martelaren van Gorcum die om hun geloof in de Eucharistie en hun trouw aan de bisschop van Rome in 1572 in Brielle door de Watergeuzen zijn gedood.
Brielle is een van de bedevaartplaatsen van het bisdom Rotterdam geworden vanwege de aanwezige reliekschrijn en de in ere gehouden exacte plek van hun marteldood.
Rechts ziet u Franciscus van Assisi (1181-1226), een door kunstenaar Leef1ang uit Franse zandsteen gehouwen beeld.
Boven u in het gewelf bevindt zich een rooster dat een van de hoofddeugden uitbeeldt: de Matigheid, de Temperantia, gesymboliseerd door een zandloper.
Achterin de kerk, onder het doksaal of jubee, staan de gaven van de Heilige Geest in gouden letters op de muur.
Het zijn er zeven, namelijk: wijsheid, verstand, raad, sterkte, wetenschap, godsvrucht en vreze des Heren.
Links en rechts in het middenschip van de kerk, vlak boven de bogen, staan de vruchten van de Heilige Geest vermeld.
Dat zijn er twaalf, met name: zachtmoedigheid, lankmoedigheid, getrouwheid, bescheidenheid, zelfbeheersing, kuisheid, liefde, blijdschap, vrede, geduld en rechtschapenheid. Ze zijn geschilderd door Jan Meily.
Op de buitenkant van het jubee staan de volgende woorden uit Psalm 150 geschreven:
"Laudate eum in chordis et organo", wat betekent: "Looft Hem met snaren en fluit" (Psalm 150:4).
Het woord "jubee" is afkomstig van "Jube, domine, benedicere" wat betekent: "Gelieve, heer, mij te zegenen", de zin waarmee diakens alvorens het Evangelie voor te lezen de zegen aan de priester vragen. Daar in de Jonge Kerk de plek van de zangersgroep zich vlak naast de lezenaar bevond, werd ook die plek jubee genoemd. Nu is die naam meegegaan naar het zangersbalkon.
Op dit jubee bevindt zich ook het monumentale Duits-romantische orgel met zijn prachtige geluid uit zevenentwintighonderd pijpen.
Iets verder in de kerk ziet u boven uw hoofd de tweede deugd vermeld: de Voorzichtigheid, het wijze beleid, de Prudentia, gesymboliseerd door een slang omdat Christus in het Evangelie zegt: "Wees voorzichtig als de slangen."
Links ziet u Tarcisius (3de eeuw) staan, het Romeinse jongetje dat de heilige Communie wegbracht naar een zieke (zie zijn hand tussen zijn kleding) en deze dienst met zijn leven heeft moeten bekopen.
Hij is de patroon van de misdienaars en acolieten en staat daarom in misdienaarkleding afgebeeld.
Rechts staat het meisje Agnes en u ziet dat ze een lammetje draagt (omdat haar naam zoveel op het woord "agnus", dat lam betekent, lijkt).
Zij werd in 304 vermoord omdat zij weigerde met de zoon van de prefect van Rome te trouwen, omdat, zo zei ze, Christus haar bruidegom was.
Deze en bijna alle volgende beelden zijn in Franse zandsteen uitgevoerd door de Haagse beeldhouwer J. Timmermans.
Weer verder in het gewelf is de derde kardinale deugd afgebeeld: de Sterkte, de Fortitudo, aangeduid door een leeuw.
Rechts prijkt een beeld van moeder Anna met de nog jonge Maria tegen zich aan.
Tegen dezelfde pilaar, om de hoek, staat een beeld van de zeer pastorale pastoor van de Franse plaats Ars, Johannes Vianney
(1786-1859), de man die vooral beroemd is geworden als bijzonder geliefde biechtvader.
Op de pilaar tegenover Anna staat Jozef, de voedstervader van Jezus.
Op kerstvoorstellingen en schilderijen ziet hij er altijd als een stokoude grijsaard uit. Dat wordt met opzet gedaan om duidelijk te laten zien dat hij de vader van Jezus niet was en zelfs niet kon zijn.
Het bisschopsbeeld om de hoek van deze zelfde pilaar stelt Alfonsus de' Liguori (1696-1787) voor, een achttiende-eeuwse rechtsgeleerde uit Napels die de congregatie van de Redemptoristen heeft gesticht.
Het priesterkoor
De lezenaar, waarop het boek met Gods Woord ligt en die wellicht afkomstig is uit het atelier van de beroemde Cuypers, toont op de stam een met sterren beschilderde wereldbol waaromheen zich een slang kronkelt die vertrapt wordt door de adelaar die met zijn gespreide vleugels het leesblad ondersteunt.
De Evangelieboekomslag is bezet met malachiet. Deze omslag is geschonken door Mgr.A. van,Luyn s.d.b. vanwege het 100-jarig jubileum van de parochie in 2004. Ook in het borstkruis en de ring van de bisschop zit malachiet.
Het witmarmeren altaar van het architectenbureau Van den Bosch, Hendriks en Campmann is centraal in de kerk opgesteld, immers onder de koepel en op de kruising van schip en transept. Het altaar staat op een zwartmarmeren vloer, omgeven door een lager platform van grijze plavuizen.
In dit altaar rusten relikwieën van heiligen.
In het altaarblad zijn vijf kruisjes uitgekapt als verwijzing naar Christus' vijf wonden.
De woorden "Groot is uw loon in de Hemel" (Matteus 5:12) staan hoog boven uw hoofd in de koepel geschreven, precies boven het altaar, rondom een afbeelding van de hemelse Stad.
In het gewelf van de linker zijbeuk ziet u de vierde hoofddeugd vermeld: de Gerechtigheid, de Justitia, gesymboliseerd door een weegschaal.
In deze kathedraal wordt het altaar geflankeerd door de apostelen Petrus en Paulus.
Petrus, linksvoor tegen die grote pilaar, heeft een sleutel in de hand omdat Christus tegen hem heeft gezegd, dat hij de "sleutels van het Rijk der Hemelen" ontvangt (Matteus 16:19).
Naast deze Prins der Apostelen prijkt het bijzondere beeld van Laurentius (225-258), de patroon van het bisdom, van de stad Rotterdam en van deze kathedraal.
Dit bronzen beeld stamt uit 1988 en is door Lancelot Samson vervaardigd.
Het rooster, waarop hij gedood is, is zijn attribuut geworden en daaraan is hij altijd te herkennen.
Het benodigde geldbedrag is door een onbekende weldoener aan de toenmalige bisschop van Rotterdam, Mgr. Bar, geschonken, die na overleg met de plebaan toen dit beeld heeft laten vervaardigen.
Laurentius had als diaken de zorg voor de armen, zodat u dus zelf mag uitmaken of het boek dat Laurentius daar in zijn hand houdt een evangelieboek is of een kasboek.
Het symbool van de evangelist Matteüs is aan alle kanten van deze pilaar te zien: een gevleugeld mensenhoofd.
Het beeld van bisschop Willibrord (658-739) is afkomstig van de kerk aan de Beukelsdijk. Onder het beeld hangt een oorkonde van de vroegere Willibrordparochie waaruit dit beeld afkomstig is.
De ramen in de apsis zijn met hun mooie warme kleuren vervaardigd door glazenier Henk Asperslagh; ze staan alle in verband met Christus' offerdood, zijn verrijzenis of met de Eucharistie.
Als u de bovenste afbeeldingen van rechts naar links bekijkt, herkent u eerst uiterst rechts de drie Joodse jongelingen nadat ze in de vuuroven van koning Nebukadnezar waren geworpen waarin ze ongedeerd bleven.
Daarnaast ziet u een Israëlitisch gezin staande het paaslam eten vlak voor de uittocht uit Egypte.
Daarnaast wordt de jongeling van Naïm door Chrisms uit de dood opgewekt.
Vervolgens ziet u de wonderbare broodvermenigvuldiging.
Centraal is het glas-in-loodraam "Christus aan het kruis" (met Maria en Johannes ernaast) aangebracht.
Vervolgens ziet u de Emmaüsgangers aan tafel zitten op het moment dat ze Christus herkennen.
Daarnaast zijn we op de bruiloft in Kana waar Christus ons met dat wonder van water in wijn veranderen een signaal gaf dat Hij ons waterige kleurloze leven wil veranderen in een kleurrijk gloedvol spiritueel bestaan.
Op het volgende raam zit Jakobs zoon Jozef als onderkoning van Egypte als een soort farao op zijn troon met complete uitmonstering, zodat zijn broers hem dus niet herkennen.
Tenslotte ziet u Noach samen met zijn vrouw en zonen een offer opdragen, terwijl de verlaten ark in de verte overbodig ligt te wezen.
Als u nu van links naar rechts de onderste afbeeldingen bekijkt, ziet u eerst de sterke Simson een jonge leeuw verscheuren als deze hem aanvalt, waarna hij, enige tijd later, in het kadaver een bijenzwerm en heerlijke honing aantreft, zodat hij op het idee komt van de volgende raadselspreuk: "Voedsel kwam te voorschijn uit de veelvraat, zoetigheid uit de geweldenaar" (Rechters 14:14). Vervolgens ziet u Mozes en het manna waarmee de Israëlieten in de woestijn gevoed worden.
Daarnaast slaat Mozes met zijn staf water uit de rots.
Op het volgende raam wil Abraham zijn zoon Isaak offeren.
Het is heel zinvol dat de paradijsboom hier is afgebeeld, omdat deze boom al vanaf vroegchristelijke tijden met de kruisboom, de "boom des levens", wordt vergeleken, omdat door de kruisdood dat paradijs weer toegankelijk is gemaakt.
U ziet de hogepriester Melchisedek een offer van brood en wijn opdragen na Abrahams overwinning op zijn vijanden.
Op het raam ernaast keren Jozua en Kaleb als verspieders van het Beloofde Land hieruit terug met een reusachtige druiventros, daarmee aangevend dat het een verrukkelijk land is dat God wil schenken.
Vervolgens kunt u Daniël ongeschonden in de leeuwenkuil van Babel aantreffen. Uiterst rechts is Jona uit de buik van het zeemonster ontsnapt.
Op het grote koperen kruis achter de bisschopszetel staat "Sitio" (Johannes 19:28) geschreven (Ik heb dorst), een van Christus' woorden die Hij vanaf het kruis sprak. Deze woorden zijn het levensmotto van de zalige Moeder Teresa van Calcutta geworden.
Christus zegt in de Apocalyps: "Ik ben de Alfa (A) en de Omega (Ω)", wat hetzelfde betekent als: "Ik ben de Eerste en de Laatste,de Oorsprong en het Einde"(Openbaring 1: 17).
Die eerste en laatste letter van het Griekse alfabet komen op verschillende plaatsen in onze kathedraal voor. Ze zijn onder andere links en rechts op het priesterkoor te zien, hoog tegen de muur.
De Latijnse muurtekst rondom de bisschopstroon (" Sedenti in Throno et Agno Benedictio et Honor et Gloria et Potestas") is eveneens uit het bijbelboek Openbaring afkomstig (Openbaring 5:13). De vertaling luidt "Aan Hem die op de troon is gezeten en aan het Lam zij lof en eer en roem en kracht".
De bouwpastoor van eertijds heeft nooit kunnen vermoeden dat er warempel nog eens een echte troon onder die tekst zou komen te staan.
In onze Rotterdamse kathedraal staat misschien wel de meest moderne troon van Europa, vervaardigd van het materiaal perspex ontworpen door professor Haak.
In de hoge rugleuning van de bisschopszetel staat het bisschoppelijk wapen gegraveerd.
In de kwartieren van dat wapen zijn de symbolen van de evangelisten afgebeeld met eronder de spreuk "Collabora Evangelio", die
betekent: "Draag uw deel bij aan de inspanning voor het Evangelie" (2 Timoteus 1:8).
Juist deze troon is het die maakt dat dit geen gewoon kerkgebouw is maar een kathedraal, het gebouw waar de cathedra, de leerstoel, van de bisschop staat.
In Nederland staan zeven kathedralen, namelijk in Rotterdam, Haarlem, Groningen, Roermond, Den Bosch, Breda en Utrecht.
Dit gebouw, als eigen kerk van de bisschop, is dus de centrale kerk, de voomrnaamste kerk, de hoofdkerk, de moederkerk van het bisdom Rotterdam, dus van heel Zuid-Holland ongeveer.
Op hoogfeesten en verschillende andere dagen door het jaar celebreert de bisschop altijd in zijn eigen kathedraal.
Tijdens de Chrismaviering (op de vooravond van Witte Donderdag wijdt hij hier de heilige oliën en hier worden ook door hem de diaken- en priesterwijdingen verricht.
De indrukwekkende wandschildering van het Laatste Avondmaal achter de bisschopstroon is door de kunstenaar Jan Dunselman vervaardigd.
Links van deze wandschildering staat een engel met dampende wierookschalen geschilderd met de tekst "Adoro te devote, latens Deitas" (Ik aanbid u eerbiedig, verborgen Godheid).
Rechts is een engel met drie-armige kandelaars te zien en de vervolgwoorden "Quae sub his figuris vere latitas" (Die onder deze gedaanten werkelijk schuilgaat).
Aan de apsis, de halfronde muur achter de bisschopstroon, bevindt zich allerlei beeldhouwwerk.
Dit is vervaardigd door kunstenaar Timmermans en is een geschenk van architect Buskens die onze kerk heeft ontworpen.
U ziet er een tiental pilasters (dit zijn zuilen waar u uw hand niet achter kunt steken) die bovenaan elk een gebeeldhouwd reliëf hebben: een kerk, lelies, een hand die een brandende toorts vasthoudt, druiven, passiebloemen of een Griekse vaas.
De pilasters zijn met elkaar verbonden door een lange rand van korenaren en wingerdbladeren die natuurlijk aan het Brood en de Wijn van de Eucharistie moeten herinneren.
Aan die rand hangen negen stenen schilden waarop allerlei symbolische voorstellingen gebeeldhouwd zijn.
Op die schilden ziet u van links naar rechts afgebeeld: drie vervlochten ringen (= de Drieëenheid), het XP-monogram (= een geheimenisvolle aanduiding van Christus), de lijdenswerktuigen, het IHS-monogram " (= een aanduiding van Jezus), een pelikaan met jongen (=de Heer die ons met zijn bloed voedt), twee duiven pikkend in een schaal (een zeer oud christelijk symbool), een feniks uit het vuur herrijzend (= Christus' opstanding), een duif met een olijftakje (uit het diepzinnige verhaal van de zondvloed) en een pauw in vol ornaat (symbool voor onsterfelijkheid).
De zitplaatsen die u onderaan die muur ziet, zijn de officiële zitplaatsen van het kathedrale kapittel, de groep kanunniken die de bisschop bijstaan in het bestuur en die zijn functie overnemen als er geen bisschop is.
In deze halfronde cirkel achter de troon zijn door de Rotterdamse kunstenaars Simonis en Storni gemaakte vloermozaïeken aangebracht die de zeven hoofdzonden symboliseren:
mozaek_pauw.jpgde ijdelheid (een pauw),











mozaek_van_een_wolf_-_hebzucht.jpgde hebzucht (een wolf),











mozaek_een_mythische_tweeling_-_jaloezie_en_afgunst.jpgde afgunst (twee fabeldieren),











mozaek_de_vos_-_onmatigheid.jpgde onmatigheid (een vos),











mozaek_de_egel_-_gramschap_en_toorn.jpgde gramschap (een egel)











mozaek_een_slak_-_luiheid.jpgde traagheid (een slak).











verwarmingsrooster_.jpgHet mozaïek van de onkuisheid (een beer), 
ontbreekt helaas dit moest plaats maken voor een verwarmingsrooster.










Aan de linkerzijde ziet u de eerste steen ingemetseld met de datum 23 april 1907; de plaatsing van deze steen op een hoek verwijst naar het Schriftwoord: "Zie, ik leg in Sion een steen, een uitverkoren kostbare hoeksteen, en wie op hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld" (Jesaja 28:16), waarmee vanzelfsprekend Christus wordt bedoeld.
De heilige oliën, die bij de toediening van vier van de zeven Sacramenten worden gebruikt, worden bewaard in dat afgesloten nisje boven de eerste steen.
De vier elementen waaruit onze aarde is opgebouwd, zijn door de twee genoemde Rotterdammers in mozaïek uitgevoerd langs de treden van het priesterkoor:
mozaek_het_water.jpghet water ( weergegeven door een vis );











mozaek_de_aarde.jpgde aarde ( gesymboliseerd door een olifant ),











mozaek_de_lucht  de lucht ( een duif )











mozaek_het_vuur_.jpghet vuur ( een soort draak ).











Uiterst links in de vloer is het familiewapen aangebracht van de pastoor die deze kerk heeft gebouwd.
Het grote Mariabeeld op het priesterkoor is van zilveren kroontjes voorzien.
Het beeld van Elisabeth (1207-1231) aan de rand van het priesterkoor draagt rozen in haar schoot en beneden haar in de vloer is het wapen van haar kasteel de Wartburg als mozaïek ingelegd.
Paulus houdt als attribuut een zwaard vast, omdat hij Gods Woord wet eens met zo'n wapen heeft vergeleken.
Op deze pilaar tussen priesterkoor en Sacramentskapel is aan alle vier zijden op ooghoogte een adelaar afgebeeld, het symbool van de apostel en evangelist Johannes.
In de Sacramentskapel
U staat nu voor de Sacramentskapel waar permanent de heilige Eucharistie wordt bewaard, wat onder andere te zien is aan de dag-en-nacht brandende godslamp.
Veel kathedralen hebben een afzonderlijke kapel voor het heilig Sacrament. Hier ligt weer een mozaïekvloer van de genoemde kunstenaar uit het Belgische Gent.
Op de tombe van het altaar staan in het Latijn Luthers woorden "Gott ist ein gluhender Backofen voller Liebe". Luther (1483-1546) verbleef immers driehonderd jaar na Elisaheth in de Wartburg. Hij woonde er één jaar en vertaalde er het Nieuwe Testament in het Duits.
Links op de tombe staat een vis met een korf broden, wat een oeroude symbolische aanduiding van Christus en de Eucharistie is, en rechts een lam en een hoek, wat verwijst naar de Apocalyps waarin het Lam Gods het hoek met de zeven zegels opent
Twee engelen staan in de koperen tabernakeldeuren gedreven en twee door de Rotterdamse kunstenaar A.J. Margry gebeeldhouwde knielende engelen kijken op naar het marmeren Christusbeeld, door dezelfde kunstenaar uit Italiaans Carrarisch marmer gehouwen, met eronder de woorden "Gij zijt de Koning der Glorie" (Psalm 24:10).
Naast dit beeld zijn zes evangelische momenten geschilderd die alle rechtstreeks met liefde te maken hebben.
Uiterst links maakt Maria Magdalena, de vrouw "die veel heeft liefgehad", Jezus' voeten met haar tranen nat en droogt ze met haar haren af, waaronder Jezus' woorden staan: "Haar zijn veel zonden vergeven, omdat zij veel heeft bemind" (Lucas 7: 47). De bekende kerk St. Madeleine in Parijs is naar deze bekeerde prostituee genoemd. Eeuwenlang is zij in Vézelay in Frankrijk begraven geweest en bij de Franse Revolutie zijn haar beenderen met opzet verbrand.

Daarnaast zijn twee deelnemers aan het Laatste Avondmaal afgebeeld: Jezus met zijn lievelings apostel Johannes, vergezeld van de woorden: "Wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem" (1 Johannes 4:16).
Christus verschijnt aan Kefas en vraagt: "Petrus, bemint ge mij?" En Petrus' antwoord staat eronder: "Heer, u weet alles,' u weer dat ik u liefheb" (Johannes 21: 17).

Rechts staan Jezus en de "ongelovige" Thomas afgebeeld met eronder het pregnante verzoek "Leg uw hand in mijn zijde" (Johannes 20:27).

Maria en haar zus Marta ontvangen Jezus op visite, waarbij de bezige Marta te horen krijgt: "Een ding slechts is noodzakelijk en Maria heeft haar beste deel gekozen" (Lucas 1 0:42).

Tenslotte ziet u Christus in gesprek met de Samaritaanse vrouw, de vrouw met de vele echtgenoten, die vraagt: "Heer, geef mij van dat water en ik zal nooit dorst meer hebben" (Johannes 4: 15).

In de koepel van deze kapel doorboort een soldaat de zijde van Christus waarvan Maria en Johannes getuigen zijn, terwijl erboven de Geest in de gedaante van een duif en Gons uitgespreide handen te zien zijn. Op de achtergrond zien we Jeruzalem achter zijn stadsmuur.

Hoog boven het altaar kunt u een regel uit het verhaal van het Laatste Avondmaal lezen: "Cum dilecsisset suos, qui erant in mundo, in finem dilexit eos" enzovoorts, wat betekent: "Jezus die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe" (Johannes 13:1).

Het tafereel "Laat de kinderen tot Mij komen" (Matteus 19:14) staat als prachtige grote muurschildering linksboven afgebeeld.

De Goede Herder met het verloren schaap ziet u links op de triomfboog staan met de tekst: "Ik heb mijn schaap gevonden dat verloren was" (Lucas 15 :6).

Geheel rechts kunt u de verloren zoon herkennen in de liefdevolle ontmoeting met zijn vader die verzucht: "Deze zoon van mij was verloren en is terug gevonden"(Lucas 15:24).

Rechtsboven ziet u een schildering van Margareta-Maria Alacoque (1647-1690) die in de 17e eeuw de devotie tot het Heilig Hart bevorderde door haar visioenen.
Op de rechtermuur staan de beloften van Jezus aan Margareta-Maria geschreven, bij de twee raampjes met zonnebloemen, de bloemen die zich altijd richten naar de zon. Zo moeten ook wij ons telkens richten naar Christus, onze zon.

Eigenlijk is deze héle door Jan Dunselman beschilderde Sacramentskapel aan de liefde gewijd.

Aan de muur bevindt zich een reliëf van Franciscus van Assisi, dat ons herinnert aan het vertrek van de Zusters Franciscanessen uit de Robert-Fruinstraat.
In de rechter dwarsbeuk
U ziet hier de laatste van de veertien kruiswegstaties, de grote schilderingen die in de gehele kerk op de zijmuren door Jan Dunselman zijn aangebracht en die de kruisgang van Jezus uitbeelden van zijn veroordeling tot zijn begrafenis.
In dit transept van de kathedraal kijken vier stenen meisjeshoofden de kerk in.
De Acht Zaligsprekingen, een onderdeel van Christus' Bergrede, staan in verkorte vorm met kolossale letters op de muur geschilderd, vier boven de deuren in het linker transept en vier in het rechter.
De acht zaligsprekingen staan ook nog geschreven op de acht ramen van glazenier Henk Asperslagh.
Elk van die ramen is aan een heilige gewijd en telkens wordt één van de zaligsprekingen op die heilige toegepast.
Het Laurentiusraam
Tegenover de Sacramentskapel bevindt zich het raam ter ere van Laurentius, waarop staat geschreven: "Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden" (Matteus 5: 6).
Al vanaf de vierde eeuw is 10 augustus de dag waarop het feest van de beroemde diaken en martelaar Laurentius wordt gevierd. Hij is de patroon van onze kathedraal, van de stad Rotterdam en van het bisdom Rotterdam.
Aan de linkerkant geeft paus Sixtus de Tweede (paus van 257-258) aan Laurentius, gekleed in rode dalmatiek, een geldbuidel
Enerzijds omdat het de taak van een diaken is de armen te ondersteunen, anderzijds vanwege het verhaal uit zijn leven waarin
hij tijdens de christenvervolgingen van de, gevangen genomen, paus de verantwoordelijkheid krijgt voor de schatten van de Kerk. Aan de rechterkant krijgt hij tijdens zijn diakenwijding van de paus een kelk, omdat een diaken, tijdens de Eucharistie assisteert en de Communie uitreikt.
Bovenaan ziet u Laurentius de armen helpen en hij staat dit nota bene in Rotterdam te doen, omdat naast hem duidelijk de bekende toren van de Grote of Sint-Laurenskerk te zien is.
Hij is in het jaar 258 ter dood gebracht door verbranding op een rooster, wat u in het midden heel groot ziet uitgebeeld.
Op de achtergrond kunt u Rome zien liggen, de stad waar hij woonde en begraven is.
De glazenier, Henk Asperslagh, wekt bij het afbeelden van die blote borst van Laurentius door een rij vreemde streepjes de indruk dat onze patroon op die plek ooit geopereerd is, omdat je zou zweren dat het littekens van een hele reeks hechtingen zijn.
Het groen-wit-groene wapen van onze stad Rotterdam staat afgebeeld tussen bloemmotiefjes in de horizontale balk.

De Elisabethschildering
Hoog boven uw hoofd zijn in een rooster in het gewelf de symbolen van Geloof, Hoop en Liefde afgebeeld: het kruis, het anker en het hart. In dat rooster staan de woorden er in het Latijn bij: Fides, Spes en Caritas.
Boven de deur van de zij-ingang zijn gebeurtenissen uit het bewogen leven van Elisabeth van Thüringen afgebeeld: haar voorbeeldige zorg voor armen en zieken en boven de deur het afleggen van haar kroon toen zij werd opgenomen in de Derde Orde van Franciscus.
Eronder staan Paulus' woorden: "Weest mijn navolgers, zoals ik het ben van Christus" (1 Korintiërs 11:1), die ons aansporen heiligen zoals Paulus en Elisabeth in hun christelijke levenswijze tot voorbeeld te nemen.
Het Gelijkenissenraam
U ziet hier boven uw hoofd de 42-vierkante-meter-grote kleurencompositie van de Limburgse grootmeester Charles Eyck, een van de topstukken van deze kathedraal.
Op dit magistrale raam zijn acht van Christus' gelijkenissen uitgebeeld.
Bovenaan ziet u Christus als Goede Herder, het verloren schaap over de schouder, met aan weerszijden morrende farizeeën en schriftgeleerden, het geheel voorzien van een tekstband met de woorden: "Ik heb mijn verloren schaap teruggevonden" (Lucas 15: 1-6).
Onder die rand met bloemmotieven ziet u links de parabel van de arme Lazarus en de rijke volgevreten vrek afgebeeld (Lucas 16:19-31) en rechts daarvan het verhaal van de verloren zoon waarbij uiterst rechts duidelijk ook de boze broer te herkennen is
Lucas 15:11-32).
Geheel links is het kleine mosterdzaadje uitgegroeid tot een zeer groot tuingewas (Lucas 17:6) en daarnaast is de gelijkenis
van de barmhartige Samaritaan te zien (Lucas 10:25-37).
Daamaast, ongeveer in het midden, steekt de zielige kop van een os uit de put, wat natuurlijk slaat op Jezus' woorden: "Wie zal niet terstond zijn in-een-put- gevallen os eruit trekken, ook al is het sabbat" (Lucas 14:5).
Helemaal onderaan, rechts van het midden, is een vrouw haar verloren zilverstuk aan het zoeken (Lucas 15:8-10) en u ziet dat
glazenier Charles Eyck voor haar lamp precies het juiste glas heeft gebruikt zodat die lamp permanent lijkt te branden.
Rechts onderaan is de volgende opmerking van Jezus afgebeeld: "Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen" (Lucas 17:6).

Verder door de dwarsbeuk
Rechts tegen de muur ziet u de wapenschilden van de vorige bisschoppen van Rotterdam.
Bisschop Martinus Jansen was van 1956-1970 de eerste bisschop van Rotterdam en had o.a. een tulp in zijn wapen staan. Zijn wapenspreuk "Alles zal helder worden in het Licht" is een uitspraak van Laurentius.
De wapenspreuk van bisschop Adrianus Simonis luidde: "Opdat zij U kennen" (Johannes 17:3). Hij was bisschop van 1970-1983.
De wapentekst van bisschop Philippe Bär was: "Voor Christus en de Kerk". Hij was bisschop van 1983-1993.
Onze huidige bisschop, Mgr. Adrianus van Luyn, is sinds 12 februari 1994 onze bisschop. Zijn wapen staat in zijn zetel.
De pilaar tegenover de doopkapel is aan alle kanten voorzien van het embleem van de evangelist Lucas: een gevleugeld rund (omdat diens evangelie begint met het offer van de priester Zacharias in de tempel).
Aan de binnenmuren van elk kerkgebouw zijn twaalfkruisjes aangebracht, verwijzend naar de twaalf apostelen.
Bij het wijden van de kerk zijn deze apostelkruisjes door de bisschop met chrisma gezalfd en bewierookt.
Meestal zijn er apostellichten bij aangebracht, kaarsen die bij die plechtige kerkwijding en ook op de jaardagen hiervan, worden aangestoken.
Dit alles staat in verband met de woorden uit het Boek Openbaring: "De stadsmuur heeft twaalf grondstenen en daarop de namen van de apostelen van het Lam" (Openbaring 21:14) en ook "De luister van God verlicht de Stad" (Openbaring 21:23).

In de Doopkapel
Onze monumentale hardstenen doopvont is gemaakt door de Rotterdamse kunstenaar P. Simonis die het bekken bewerkt heeft met ineengestrengelde figuren.
Het kolossale puntvormige koperen deksel is ontworpen door de edelsmid Jan Brom, net als het hekwerk dat de kapel afsluit. Het deksel hangt aan een arm van kunstsmeedwerk, waardoor het vernuftig en gemakkelijk kan worden weggedraaid; die arm heeft de vorm van de paradijsslang die na het tot-zonde-verléiden (Genesis 3:13) nu de zondevergéving (via de Doop) mogelijk moet maken. In dat deksel staan de vier paradijsstromen gedreven: de Eufraat, de Tigris, de Phison en de Geon (die ook de genadestromen van het Nieuwe Verbond voorstellen) (Genesis 2:11-14).
Op de rand staat in het Latijn: "Onderwijst alle volkeren en doopt hen in naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest"
(Matteus 28:19).
Op de linkermuur staan diezelfde woorden geschilderd.
U ziet daar een grote goudkleurige cirkel die God symboliseert. Daarbinnen vindt u drie elkaar-snijdende cirkels die de Drie Personen symboliseren.
De betekenis staat er in het Latijn bij vermeld, namelijk "Pater, Filius, Spiritus: Deus-Trinitas', wat hetekent: "Vader, Zoon, Geest: God-Drieëenheid".
De Latijnse woorden voor "Heilig, heilig, heilig" uit het Boek Jesaja staan erbij (Jesaja 6:3).
Een zin uit de Romeinenbrief staat op de achtermuur van de doopkapel geschreven: "Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden leiden" (Romeinen 6:4).
De Doop van de Heer in de rivier de Jordaan is links van de deur geschilderd met erboven de Heilige Geest en in een zon van licht Gods hand met de woorden: "Deze is mijn beminde Zoon" (Matteus 3:17; Marcus 1:11; Lucas 3:22).
Boven die deur kunt u een schildering zien van de vrouwen bij het lege graf van de Heer als verwijzing naar Pasen. Boven die afbeelding is tussen twee engelen de verrezen Christus te zien met het kruis als zijn overwinningsteken. Wederom een paasverwijzing.
Rechts kunt u zien hoe de pasgeboren Elisabeth in 1207 met veel vorstelijke pracht en praal in Presburg wordt gedoopt.
De bisschop, gezeten onder een troonhemel, doopt en haar Koninklijke ouders met de Hongaarse kroon op het hoofd knielen ernaast.
Op de rechtermuur van de doopkapel staan weer de bekende letters alfa en omega met een goudkleurig Christusmonogram ertussen.
Daaronder leest u de woorden uit de Efesiërsbrief: "Eén God, één Geloof, één Doop" (Efesiërs 4:5).
"De Geest die als een duif uit de hemel neerdaalt" (Matteiis 3:16; Marcus 1:10; Lucas 3:22; Johannes 1:32) is in een mooie glazen rozet in het plafond van de doopkapel te zien.
Dit hele gewelf wordt gevuld door een groot kruis en aan de armen van dat kruis ziet u de vier prachtige paradijsstromen ontspringen.
Die rivieren stellen in dit geval ook de genadestromen voor die door de kruisdood zijn gaan vloeien. Ze stromen naar de vier hoeken van de kapel en voorzien daar lelies van water, de bloemen die de onschuld voorstellen, de schuldeloosheid die de dopelingen in deze kapel door het doopwater verkrijgen.
Het doopwater in het bekken, dat de vorm heeft van een baarmoeder, kan pas nieuwe kinderen van God "baren" doordat het eerst is "bevrucht" door Christus. Dit gebeurt in de Paasnacht. De Paaskaars, die het Licht van Christus en Christus zelf symboliseert
wordt één of meer keren in het water gedompeld. Zo bevrucht Christus op mystieke wijze de schoot waaruit nieuw leven zal worden geboren door het Doopsel. Vanwege deze symboliek staat ook buiten de paastijd de paaskaars in de doopkapel. Ook is dit de reden van de aanwezigheid van de juist genoemde paasverwijzingen.
In het lavabonisje zijn zeven (mangaan) beschilderde tegeltjes aangebracht met van onder naar boven de volgende bijbelse
voorstellingen: aanbidding der herders, Doop van Christus, Laatste Avondmaal, Petrus' verloochening, de geseling van Christus, de Emmaüsgangers en de Hemelvaart van de Heer.
Op de tegel rechtsboven hebben de twee leerlingen nota bene Hollandse zeventiende-eeuwse kleren aan.
De Don-Boscokapel
In onze kathedraal staat een magnifiek bronzen beeld van die sympathieke priester Johannes Bosco (1815-1888), gemaakt door de edelsmeden Jan Eloy en Leo Brom uit Utrecht. Het staat op een travertijn voetstuk (van de Rotterdamse kunstenaar Simonis),
samen met een straatjochie en de hond die hem nogal eens heeft verdedigd tegen brute aanvallers. Het jochie is misschien de heilige Dominicus Savio (1842-1857), die zijn toevlucht vond bij Don Bosco en hem navolgde in heiligheid.
In het gewelf van die kapel zit een gebrandschilderd raam met een brandend hart en een kelk waar omheen de lijfspreuk van Don Bosco: "Geef mij zielen. Neem al het andere weg" (naar Genesis 14:21).
Pilatus met de gemartelde Christus en de tierende joden zijn in de nisjes te zien. Op de rechterwand staat de volgende tekst uit de Goede-Vrijdagliturgie geschreven: "Wat heb Ik voor u nog meer moeten doen en heb Ik niet gedaan? Ik heb u nog wel geplant als mijn schoonste wijngaard en zo wrang is mij uw vrucht, want met azijn hebt gij mijn dorst gelest". Het komt uit de improperia die mogelijk ontstaan zijn in de tweede of vierde eeuw.
Op de linkermuur staat de volgende tekst geschilderd, afkomstig uit diezelfde liturgie:
"0, gij allen die voorbijgaat langs de weg, aanschouwt en ziet of er een smart is gelijk mijn smart. Mijn volk, wat heb Ik u gedaan of waarin heb Ik u bedroefd? Antwoord mij". Het komt eveneens uit de improperia.
Achter de twee deuren bevindt zich de biechtstoel, de plaats waar de priester door het dienstwerk van de Kerk zonden vergeeft ingevolge Christus' Woord: "Wier zonden gij vergeeft, hun zijn ze vergeven" (Johannes 20: 23).
Bij de ingang van deze kapel kunt u een in 1941 door C. Wessels gemaakt ingelijst werkje zien hangen waarop de brandende binnenstad van Rotterdam is afgebeeld, samen met een uitbeelding van Maria als Koningin van de Vrede.

Het Don-Boscoraam
Tegenover deze kapel, aan de andere zijde van de kerk, is een groot raam aan Johannes Bosco gewijd, waarop u hem te midden van de straatjongens ziet staan met de stad Turijn op de achtergrond en de genoemde bond aan de zijkant. In de boog daarboven is hij afgebeeld met zijn moeder Margareta die
hem enorm heeft gesteund bij zijn moeilijke werk onder de verwaarloosde stadsjeugd. Het_Dom-Boscoraam- Deze twee richten:.zich daar biddend tot Maria, Hulp der Christenen, onder welke titel Don Bosco Maria graag vereerde.
31 Januari is zijn gedachtenis, de dag waarop hij in het jaar 1888 stierf.
In de horizontale band tussen beide raamgedeelten zijn onder andere de drie evangelisch raden uitgebeeld, de adviezen van
Christus die door alle kloosterlingen worden gevolgd: de gehoorzaamheid (zie de zonnebloemen die steeds de zon volgen), de zuiverheid (zie de blanke lelie) en de armoede (de distel die aan arme grond genoeg heeft).
Op dit raam staat de zaligspreking: "Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen her Landbeërven" (Matteus 5:4).
Het Willibrordraam
Deze kathedraal heeft een groot gebrandschilderd raam dat geheel aan Sint Willibrord is gewijd. Het is het middelste van die drie aan de overzijde.
Het moment na zijn aankomst per schip is uitgebeeld (zie de zeemeeuw) en Willibrord is op een paard gezeten met het bisschoppelijke kruis op zijn borst.Willibrordraam-
Twee van onze voorouders, een man en een vrouw, met een schop in de hand, kijken hoe Willibrord in Katwijk aan land komt.
Op de rode banier die een van Willibrords metgezellen draagt, staat in het Latijn "In de Naam des Heren". Die monnik (of de glazenier) kende niet zo goed Latijn, aangezien er een taalfout op die banier staat.
In de halve cirkel daarboven wordt Willibrord, in bisschoppelijk ornaat op zijn cathedra en met een stralenkrans wegens zijn heiligheid, geflankeerd door de hofmeier Pepijn de Tweede die destijds zijn missiewerk politiek heeft gesteund. Ook Sergius de Eerste staat naast hem, de paus die hem op 23 november 695 in Rome tot onze bisschop wijdde. In die horizontale rand tussen beide raamgedeelten prijkt in het midden het wapen van zijn bisschopsstad Utrecht (rood met een wit kruis), links Martinus te paard met een bedelaar (de patroon van het eerste kerkje dat Willibrord in Utrecht bouwde) en rechts de Nederlandse leeuw.
Op dat raam wordt een tekst uit Christus' Zaligsprekingen toegepast op Willibrord: "Zalig de vredestichters, want zij zullen zonen van God geheten worden"(Matteus 5:9).
De rechter zijbeuk
Tegenover dit glas-in-loodraam, precies boven het getal 11 van de elfde statie, is Willibrord weer afgebeeld, nu als wandschildering.
Ook hier draagt hij het pallium, de cirkelvormige strook van witte wol met zwarte kruisen erop, over de schouders gedragen en van voren en achteren afhangend. Het is het onderscheidingsteken van aartsbisschoppen. Adalbert, de diaken die met Willibrord vanuit Engeland is meegevaren om in ons land te missioneren, staat links van hem: Rechts staan de Gebroeders Ewald afgebeeld. Op 16 augustus 857 kwamen de Noormannen bij Noordwijk aan land, staken het hele dorp in brand en moordden de bevolking uit. De
dorpspastoor, de oude priester Jeroen, werd gefolterd en een dag later gedood. Vanwege deze martelaar is het dorp Noordwijk, in ons bisdom gelegen, al eeuwenlang een bedevaartplaats. In onze kathedraal staat hij afgebeeld, gekleed in superplie en stola, boven de tiende statie, rechts.
Bavo (589-654) staat linksboven de tiende statie geschilderd.
Boven het getal 10 ziet u de beroemde Bonifatius (672-754).

De Moeder- Teresakapel
In deze kapel bevindt zich een recent houten beeld van de zaligverklaarde Moeder Teresa van Calcutta (1910-1997), een uiterst natuurgetrouwe weergave. Het is op 5 september 2004 door Adrianus Kardinaal Simonis gewijd. Het beeld is allereerst geplaatst vanwege haar zaligverklaring, maar ook vanwege de dankbaarheid jegens de Zusters van Naastenliefde, die in de geest van hun stichteres leven en werken in onze parochie.
De bisschop en martelaar Blasius (3de/4de eeuw), die wordt aangeroepen om bescherming tegen ziekten van keel en long, is linksboven de negende statie present.
Paus Cornelius (3de eeuw), waar iedereen die Kees of Lia heet naar is genoemd, is afgebeeld midden boven die negende statie.
Rechts staat Rochus (1295-1327) geschilderd, samen met zijn hond.
Linksboven de achtste statie is Apollonia (2de/3de eeuw) geschilderd met een van-pijn-vertrokken gezicht en haar beide handen aan haar mond.
Lidwina van Schiedam (1380-1433) staat in het midden.
Barbara (2de/3de eeuw), die de patrones is van de mijnwerkers, is rechtsboven de achtste statie afgebeeld.
In deze kapel zijn bovenaan de pilaren en in de hoeken allerlei gebeeldhouwde wezens te vinden, zoals een varken, een ram, een uil, een bij en een hondachtig wezen.
Het Annaraam
Aan de andere zijde van het kerkschip ziet u het raam ter ere van Anna, Maria's moeder, en de woorden: "Zalig de zuiveren van harte, want zij zullen God zien" (Matteus 5:8).
Op dat grote raam staat uitgebeeld hoe de engel aan Anna de geboorte van een kind aankondigt, aan de rechterkant op dat venster.Annaraam-
Aan de linkerkant staan Joachim en Anna bij de Gouden Poort in Jeruzalem, verliefd naar elkaar kijkend.
Voor Anna en Joachim moeten we lezen in de apocriefen, zoals het proto-evangelie van Jakobus.
Het is een Grieks handschrift dat in de 6de eeuw in Syrie of Egypte is opgetekend.
In het midden bovenaan staan moeder Anna, dochter Maria en kind Jezus als een hecht groepje van drie personen afgebeeld.
Deze groep-van-drie is vaak afgebeeld en wordt dan altijd "Sint-Anna-te-Drieën" genoemd.
In het midden loopt de driejarige Maria kwiek de tempeltrappen op, de hogepriester tegemoet. Haar ouders Anna en Joachim (met herdersstaf) achter haar kijken toe. De lammetjes die geofferd gaan worden, staan er aandoenlijk bij en hebben schattige halsbandjes om.
Maria Kleofas en Maria Salomé, die in het Evangelie worden genoemd, komen bovenaan in het raam voor, de ene met een bos bloemen en de andere met een witte duif in de hand; beiden zijn als nog kleine meisjes afgebeeld omdat ze dochters waren uit resp. het tweede en derde huwelijk van Maria's moeder Anna.
Isai, die boer uit Bethlehem die in het hoek Samuël voorkomt, is een stamvader van Jezus. Zijn hoofd staat afgebeeld in die horizontale band. Dat hoofd wordt geflankeerd door namen van andere voorvaderen van Christus, namelijk van links naar rechts Juda en Elmadan, Joachim en Nahum, de boerenzoon-en-koning David, Nathan en tenslotte Neri.
Onder het Jubee
Onder het zangersbalkon bevindt zich een tribune met nog vele tientallen eventuele plaatsen voor de kerkgangers. Er bevinden zich hier een aantal raampjes. Hierop is links het wapen van Koningin Wilhelmina te zien.
Daarnaast is het Nederlandse wapen met de wapenspreuk: "Je maintiendrai' (Ik zal handhaven) afgebeeld.
Naast dit vaderlandse wapen is dat van paus Benedictus de Vijftiende te vinden met de bijnaam "Princeps pacis", Vredevorst, omdat deze paus in 1917 een belangrijk vredesvoorstel gedaan heeft ter beëindiging van de Eerste Wereldoorlog.
Het raampje daarnaast geeft een bisschopswapen weer met de spreuk: "In het geloof niet aarzelend". Het is het wapen van Mgr. Augustinus Callier, bisschop van Haarlem van 1903-1928. Ten tijde van de bouw en consecratie van de kerk viel het hele gebied van het huidige bisdom Rotterdam onder het bisdom Haarlem.
Op het volgende raampje is het adellijke wapen van Elisabeth afgebeeld met daaronder het woord "Hongarije" en op het raampje daarnaast is het wapen van haar echtgenoot Lodewijk de Vierde, landgraaf van Hessen, te zien.
Daarnaast bevindt zich het wapen van de stad Rotterdam met de spreuk erbij "Fervet opus", wat betekent: Het werk is in volle gang.
Tenslotte prijkt geheel rechts het wapen van onze provincie Zuid-Holland.

Achterin de kathedraal
Bij alle ingangen van de kerk bevindt zich een stenen schaal met gewijd water waarmee de gelovigen zich kunnen bekruisen om zich daarmee te zuiveren alvorens het godshuis binnen te gaan. (Zie immers Psalm 24:3,4.)
Aan de achtermuur hangt een kunstwerk dat de hand van Christus toont en dat gemaakt is door de Rotterdamse kunstenares van Hongaarse afkomst Joeki Simak.
Boven de deuren van de hoofdingang zijn door de Rotterdamse glazenier Stroucken in antiekglas knielende engelen aangebracht
waarvan er twee een olielamp bij zich hebben en twee anderen wierook branden.
Naar een oude katholieke traditie is bij de uitgang van de kerk een afbeelding van Christoffel aangebracht, een geglazuurd reliëf van de Rotterdamse beeldhouwer Frans (Franciscus W.M.) Fritschy. (1920-08-12 - 2010-03-02)
Christoffel is patroon van de reizigers. Volgens een 5de-eeuwse legende heeft hij het Christuskind over een rivier gedragen, waarbij het hem leek of hij het gewicht van de hele wereld torste.
Achterin hangt een groot houten triomfkruis, in Romaanse stijl, met een koningskroon in plaats van een doornenkroon en vervaardigd door de befaamde kunstenaar J .H. Brom.

De Mariakapel
In deze kapel bevindt zich boven uw hoofd verrassend beeldhouwwerk.
Naast een monster, een vogel en twee engelkopjes kunt u ook een kennelijke pessimist ontwaren, twee bebaarde mannen en een persoon die de wanhoop nabij is en vertwijfeld de handen aan zijn hoofd brengt.
De raampjes verwijzen naar twee mirakelen die in de Middeleeuwen hebben plaatsgevonden, links het Bloedwonder van Boxtel.
Het toont de gebeurtenis uit 1380 toen een priester de kelk met geconsecreerde wijn omstootte. De wijn veranderde in menselijk bloed en bevindt zich tot op heden op de corporale (witte doek waar de kelk op staat tijdens de Mis). Rechts het Mirakel van
Amsterdam, het Hostiewonder van 1345, toen een doodzieke man de Hostie uitbraakte. Het braaksel werd in het vuur van de haard gegooid, maar de Hostie werd niet door de vlammen verteerd. Beide plaatsen zijn tot op de huidige dag bedevaartplaatsen en jaarlijks wordt er een processie gehouden. In Boxtel op Drievuldigheidszondag en in Amsterdam in de nacht van de zondag na de 15de maart. Het is in Amsterdam een Stille Omgang, sinds de Reformatie in de 16de eeuw processies verbood.
In deze kapel hangt een reproductie van de internationaal beroemde, wonderdadige icoon van Maria van Altijddurende Bijstand (deze tekst staat in het Latijn onder de afbeelding). Het origineel hangt sinds 1866 in de St.-Alphonsuskerk in Rome, maar is in 1480 zijn lange reis begonnen op het eiland Kreta.
Op de icoon tonen de engelen Gabriël en Michaël aan het jonge Christuskind de werktuigen van zijn toekomstig lijden: een kruis, een lans en een rietstengel met een in gal gedoopte spong.
Het Kind, met zijn knuistjes in de rechterhand van Maria, richt zijn ogen angstig op de engel die het kruis draagt. In zijn angst kruist het de beentjes en verliest daarbij bijna een van zijn sandalen die aan zijn ingetrokken voetje blijft hangen.
In de afwijkende pilaar linksachter in de kerk is de heilige Teresia van het Kind Jezus (van Lisieux) (1873-1897) uitgehakt, omdat het bombardement waarbij de kerk getroffen werd, op haar gedenkdag, 3 oktober 1941, plaatsvond.
Zij houdt een hoek in haar handen met haar spreuk: "Men stelt nooit teveel vertrouwen op God die zo goed en barmhartig is"; aan haar voeten staat een vaas met rozen.
De pilaar wijkt zo af omdat de pilaar die op die plaats stond bij dat bombardement verwoest werd. Een deel ervan staat nog in de plebanietuin.
Aan de zijkant staan de namen van de daarbij omgekomen parochianen.
Die verdwenen dubbele zuil is aan de zijkant in het klein afgebeeld met de woorden "Et ego cecidi", wat hetekent: Ook ik ben gevallen.
Ook Gerardus Majella (1726-1755) komt op de pilaar voor.
Er staat ook een wingerdrank afgebeeld met in het Latijn de woorden van Christus erbij: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken"(Johannes 15:5).
De hele zuil is vervaardigd door de befaamde beeldhouwer Albert Termote, wiens werk ook
bijv. in Boijmans te vinden is.
 
het Lidwinaraam
Op het achterste grote raam aan de rechterkant ziet u Lidwina van Schiedam (1380-1433), een heilige van ons eigen bisdom, wier geboorteplaats nog geen vijf km in westelijke richting te vinden is. Ze is afgebeeld op haar ziekbed terwijl zij de stigma's van Christus ontvangt.
In de boog daarboven wordt Lidwina als een bruid de hemelse bruiloftszaal binnengeleid; u ziet daar ook de rozenstruik uit haar tuin afgebeeld die bij haar sterven in volle bloei stond.
De glazenier Henk Asperslagh heeft de bovenste Lidwina een gelaat gegeven dat de sporen draagt van haar enorme lijden; die engel met zijn uitdrukking van grote eerbiedige bewondering is indrukwekkend van expressie.
In die horizontale band zijn lelies te zien als symbool van de reinheid, alsook passiebloemen die het lijden symboliseren; in het. midden prijkt het wapen van de stad Schiedam.
Links ziet u de lijdende Job op de mesthoop buiten de stad zitten, de figuur uit het gelijknamige Bijbelboek. Rechts is Christus in de Hof van Olijven afgebeeld. Op het raam van deze zieke Lidwina van Schiedam staat vermeld: "Zalig die wenen, want zij zullen getroost worden"(Matteus 5:5).

De linkerzijbeuk
Op het raampje links in de muur is Sint Joris (3de/4de eeuw), in zijn strijd met het Kwade, afgebeeld. Hij is de patroon van de mannelijke jeugd en de padvinderij.
Het linker en rechter raampje zijn gevuld met eikenbladeren omdat die het symbool zijn van de overwinning.
Op 30 mei 1431 werd Jeanne d' Arc op de Markt te Rouaan ter dood gebracht.
Zij werd levend verbrand, welke terechtstelling is uitgebeeld in dit linker zijpad.
Op een glastriptiek staat links een Engelse soldaat en rechts een monnik met een kruisstaf; de reusachtige brandstapel verschroeit bijna hun kleren.

Het Gerardusraam
In het bovengedeelte van het grote glas-in-loodraam aan de andere zijde van het kerkschip ziet u God de Vader met een wereldbol in de hand, de Zoon met een kruis en de Geest met een stralenkrans.
De raamhelften worden gescheiden door vijf engelen.
Op het middelste raam ziet u Gerardus Majella, een 18de-eeuwse broeder in de orde van de Redemptoristen, gezeten op een wit paard waarvan de staart, anatomisch heel merkwaardig, uit de rechterbil komt.
Hij richt zich daar bezwerend tot een man met een rode narrenkap op het hoofd, de verpersoonlijking van de grote tegenstand die hij tijdens zijn leven ondervond.
Links ziet u broeder Gerardus brood uitdelen aan de kloosterpoort in Napels en rechts op wondere wijze een gezin van voedsel voorzien.
Op het raam staat de volgende tekst: "Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartig behandeld worden"(Matteus 5: 7).
 
Het Bonifatiusraam
Daarnaast is een gebrandschilderd raam geheel aan de vermaarde bisschop Bonifatius en zijn metgezellen gewijd. U ziet daar de 86-jarige missionaris de moordende slagen afweren met een liturgieboek. Vlak daarvoor had hij de heilige eik van de heidense Friezen omgehakt. De stam van die eik is achter Bonifatius te zien; een van zijn metgezellen heeft het gebruikte zwaard nog in zijn hand. Ook de tenten zijn afgebeeld.
In de bovenste halve cirkel bieden twee engelen aan de martelaar een krans en een overwinningspalm. Er zijn drie wapens bijgevoegd: van Friesland (twee leeuwen), van Utrecht (rood-wit) en van Dokkum, de plaats waar hij in 754 is vermoord (halve maan en drie sterren).
Tussen de wapens staat een leerzame tekst die wij ter harte kunnen nemen:
"Geen kwaad met kwaad vergelden, maar goed doen voor het kwaad dat men ons berokkent" (naar 1 Petrus 3:9).
Op het raam staat de volgende zaligspreking: "Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid; want hun behoort he! Rijk der Hemelen"(Matteus 5:10).
 
De Antoniuskapel
Onze kathedraal bezit een beeld van Antonius van Padua (1195-1231) van de beeldhouwer Jac. Sprenkels.
In het gewelf van deze kapel ziet u de zegenende hand van God de Vader, de vis die een mysterieus symbool is van Christus en de vliegende duif die de Heilige Geest voorstelt.
Aan de kapelwand staan de door Matteus opgetekende woorden van Jezus te lezen: "Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop alles wat gij hebt, geef het de armen en gij zult een schat hebben in de Hemel en kom, volg Mij" (Matteus 19:21).
Uit hetzelfde negentiende hoofdstuk is het volgende aangehaald: "Al wie huis of broeders of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen om mijn Naam zal verlaten hebben, zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven bezitten"(Matteus 19:29). Als u echter goed kijkt, ziet u dat het verkeerde versnummer op de muur onder de tekst is geschilderd.
De drie gebrandschilderde raampjes in de kapel, vervaardigd door de Rotterdamse kunstenaar A. Stroucken, stellen een historische gebeurtenis voor, namelijk hoe Antonius van Padua een man die twijfelde aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus onder de gedaanten van brood en wijn, tot inkeer bracht door een monstrans met de heilige Hostie aan een ezel voor te houden, waarop het dier aanstonds neerknielde en diep zijn kop boog.
 
Verder door de zijbeuk
Het houten beeld, dat u in een nis in dit linker zijpad vindt, is gemaakt door de bekende kunstenaar Jan Brom.
Deze zittende Jozef steunt de linkerhand op de zaag die zijn beroep aanduidt en draagt in de rechterhand een lelietak als symbool van zuiverheid en verwijzend naar het verhaal uit de apocriefe evangeliën, waarin hij door een bloeiende lelie aan zijn staf wordt aangewezen als bruidegom van Maria.
Het symbool van Marcus is een gevleugelde leeuw, omdat zijn Evangelie in de woestijn begint. De Venetianen hebben het lichaam van de evangelist Marcus in 828 uit zijn sarcofaag gestolen en overgebracht naar hun kathedraal die ze toen San-Marco hebben genoemd. De Venetianen hebben die gevleugelde leeuw overgenomen in hun eigen stadswapen.
Ook in onze eigen kerk is dat symbool van Sint Marcus te vinden. U moet dan kijken aan die grote pilaar tegenover het Jozefbeeld waar u het aan alle zijden vindt.
 
Het Bergrederaam
Het reusachtige raam dat u linksboven ziet is ook een magistraal kunstwerk van de grote Charles Eyck. Ook hierop komen weer de Acht Zaligsprekingen voor.
Dit raam is trouwens helemaal aan die Bergrede gewijd; bovenaan zit Christus terwijl Hij de twaalf apostelen onderricht. Op het onderste gedeelte zijn de acht groepen van mensen waarover de zaligsprekingen gaan, afgebeeld.
Ook deze magnifieke kleursymfonie is van internationale faam; het was een geschenk van de parochianen "ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van deze kerk.
 
De linker dwarsbeuk
De bronzen sculptuur verbeeldt Christus met de heilige Lidwina van Schiedam.
We hebben het beeld in langdurig bruikleen van de Lidwinabasiliek in Schiedam.
De Elisabethschildering
Aan de rechterkant van de toegangsdeur is het z.g. rozenwonder van Elisabeth afgebeeld; boven de deur is Elisabeths kasteel, de Wartburg, te zien en links de verdrijving uit de Wartburg samen met haar kindertjes en twee vriendinnen, na de dood van haar echtgenoot.
 
Gedachteniswand
Als u door de deur onder de schildering doorgaat, komt u bij onze gedachteniswand. In de nissen vindt u witte steentjes met namen.De witte steentjes ter gedachtenis aan overleden parochianen refereren aan een tekst van Christus in het Boek der Openbaring,waarin staat: "Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de Kerken zegt. Wie overwint, zal Ik van her verborgen manna geven en ook een witte steen waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die hem ontvangt" (Openbaring 2:17).
Ook door middel van andere voorwerpen, zoals kruisjes, wordt hier hun gedachtenis levend gehouden.
 
het Apolloniaraam
Als u met de rug naar de Lourdeskapel staat, ziet u het raam ter ere van een martelares op wie deze zaligspreking wordt toegepast: "Zalig de armen van geest, want hun behoort het Rijk der Hemelen" (Matteus 5:3). Op dat raam is Apollonia te zien, een vrouw van middelbare leeftijd uit Alexandrië in Egypte.
Links is afgebeeld hoe zij onder de Romeinse keizer Decius, in het jaar 265, werd veroordeeld wegens haar christin-zijn. Op het rechterpaneel worden haar tanden uitgetrokken en in het midden komt op de brandstapel aan haar aardse leven een einde.
In de bovenste halve cirkel is Apollonia weer te zien, maar nu zegevierend tussen twee engelen waarvan er één een opengeslagen boek toont.
 
In de Lourdeskapel
In de Lourdeskapel, linksvoor in onze kathedraal, ligt een mozaïekvloer van de Gentse kunstenaar Pichu.
Het zogenaamde conciliealtaar, waaraan de Eucharistie op de weekdagen wordt gevierd, is het oude hoogaltaar, dat tot eind jaren '60 van de vorige eeuw op de plaats stond waar nu de bisschopszetel staat. Het baldakijn van toen is verdwenen, en de retabels, het tabernakel en het kruis van dit altaar zijn elders geplaatst, onder andere in de apsis en de sacristie.
Het hoogaltaar van marmer en Los-Angelessteen is vervaardigd door de Rotterdamse beeldhouwer Jac. Sprenkels. Op de altaartombe is een heel merkwaardig reliëf uitgehakt, namelijk een historische Sacramentsprocessie met ziekenzegening te Lourdes.
Links herkent u de bekende basiliek en rechts de verschijningsgrot.
De invalide Franse spoorwegingenieur Gargan, die u in het midden op de brancard ziet liggen, bleek na de ziekenzegen plotseling genezen te zijn.
De gebaarde brancardier D.A. Wreesman was op twee meter afstand getuige van deze wonderbare gebeurtenis; hij was de vader van de bouwpastoor van deze kerk die zelf trouwens als monstransdragende priester is afgebeeld.
De andere priesters zijn portretten van kapelaans van deze parochie.
Op die tombe zijn ook een aantal engelen te zien.
De sponsor van dit altaar, mevrouw Van Staay (de dame met de hoed), heeft niet alleen zichzelf laten afbeelden, maar ook de dochter van beeldhouwer Sprenkels (links), de Rotterdamse steenhouwer Simonis (die onder andere ons doopvontbekken heeft gemaakt) en de architect van ons kerkgebouw P. G. Buskens (beiden rechts).
Aan de voet van het houten kruis kunt u monsters zien wegvluchten.
Bernadette Soubirous (1844-1879), die in Lourdes authentieke verschijningen van Maria heeft gekregen, is in reliëf te zien links op de witte marmeren retabel, en ook in de vorm van een beeld, gekleed als kloosterzuster. Rechts op het altaar ziet u in reliëf paus Pius de Negende met de door hem geschreven bul in zijn hand waarin hij het leerstuk van Maria's onbevlekte ontvangenis afkondigt.
Op de linkerhelft van deze marmeren altaaropstand flankeren engelen Maria en op de rechterkant hanteren zij een wierookvat.
Daarboven, langs de rand, zijn tussen vier engelenkopjes nota bene de dochters van de altaarsponsor afgebeeld, Jo en Jeanne.
Het fraaie ,Mariabeeld, uit blank marmer gehouwen, staat onder een verguld baldakijn (met op de hoeken weer hemelse geesten) en eronder staan de woorden die Bernadette in 1858 hoorde: "Je suis I' immaculée conception" wat betekent: "Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis".
De totale kapelbeschildering door Jan Dunselman is een bijzonder kunstwerk, aangezien hij, meesterlijk woekerend met de beschikbare ruimte, er een weloverwogen compositie van heeft gemaakt, rijk aan betekenissen en symboliek.
Aan weerszijden van het baldakijn bevinden zich nissen waarin vier taferelen uit Maria's leven te zien zijn en twee Oudtestamentische vrouwen die men als een voorafbeelding beschouwen kan.
Links is koningin Ester geschilderd, het Joodse meisje dat een schoonheidswedstrijd won en daarom met de Perzische koning Ahasveros mocht trouwen, maar wel daardoor in de gelegenheid kwam het Joodse volk te redden van de ondergang, zoals in het gelijknamige Oudtestamentische Boek staat verteld.
In het Latijn staan de liefdevolle woorden van de koning eronder: "Want deze wet, Ester, is niet voor jou ingesteld" (Ester 5:6).
Daarnaast ziet u de aanbidding van de Wijzen met de bede: "Oorzaak van onze blijdschap, bid voor ons" (uit de litanie van Loreto).
Onder de Madonna met Kind staat: "Heilige Maria, Moeder van Christus, help ons".
Rechts heeft Maria weer haar Kind op schoot, maar nu drieëndertig jaar later.
De gebedstekst hieronder luidt: "Troosteres van de bedroefden, help ons" (eveneens uit die litanie).
Vervolgens ziet u Johannes en Maria onder het kruis staan met de woorden: "Heilige Maria, Moeder van de Verlosser" (uit dezelfde litanie).
Uiterst rechts is de dappere Jodin Judit (uit het gelijknamige Bijbelgedeelte) afgebeeld met het door-haar-afgeslagen hoofd van Holofernes, de aanvoerder van het vijandelijk leger.
De bijgevoegde tekst hetekent: "Judit zei: Gij hebt de vijand in mijn hand overgeleverd"(Judit 16:7).
Links op die hoek staan Adam en Eva onder de boom van kennis van goed en kwaad, te midden van paradijselijk groen en wuivende palmen.
Op de rechter hoek banen zij zich gebogen een weg door distels en doornen, terwijl een engel de toegang tot het paradijs afsluit.
Aan de linker bovenmuur is de boodschap van de engel aan Maria op groot formaat afgebeeld. De eerste helft van het Wees Gegroet staat daaronder te lezen, maar wel in het Latijn. De eerste drie zinnen van het Wees Gegroet zijn destijds door die engel gesproken (Lucas 1:28). De Kerk gedenkt die gebeurtenis op 25 maart. Er liggen negen maanden tussen 25 maart (de dag van de conceptie) en 25 december (die van de geboorte). Beide data zijn niettemin fictief, omdat de Bijbel ervan helemaal geen data vermeldt.
Behalve de (tijdelijke) beeldengroep-bij-de kerststal is dit kerkgebouw ook een grote wandschildering rijk die het Kerstgebeuren uitbeeldt. U moet daarvoor uw blik richten naar de rechtermuur hoog boven die doorgangsboog.
Daar staat bovendien de tweede helft van het Wees Gegroet geschreven.
Hoog boven het altaar kunt u negen cirkels vinden waarin u evenzoveel eretitels van Maria, afkomstig uit de bekende litanie van Loreto, ziet geschreven en uitgebeeld, namelijk van links naar rechts: 'maagd der maagden', 'eerwaardig vat', 'mystieke roos, 'ark van het verbond', 'deur van de hemel', 'gouden huis, 'spiegel zonder smet', 'ivoren toren', en 'heilige moeder Gods'.
Hoog boven uw hoofd staat de tekst: "Electa ut sol", dat is: Uitverkoren als de zon.
Links daarvan is een heidens orakel afgebeeld in de linker cirkel, de sibille van Cumae, die nota bene de komst van de Verlosser heeft voorzegd.
De profeet Jesaja staat aan de linkerzijde in de rechter cirkel, omdat hij Jezus' geboorte heeft voorspeld. Er staat "Virgo concepit et pariet Filium" (Jesaja 7:14), "De Maagd zal ontvangen en een Zoon ter wereld brengen".
De profeet Daniël staat aan de rechterzijde, in die linker grote cirkel, omdat hij de tijd van Jezus' geboorte heeft voorspeld. "Na de tweeënzestig weken zal een Gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld" (Daniel 9:26). De tekst luidt: "Cum veneriet sanctus sanctorum".
Een profeet had allang tevoren Bethlehem genoemd als geboorteplaats van Christus, namelijk Micha, geschilderd in die uiterst rechtse cirkel.
Bij hem staat dan ook de tekst uit Micha 5:1 "Uit u, Bethlehem in Efrata, te klein om tot Juda's geslachten te behoren, uit u komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen."
In de halve koepel boven het altaar troont Maria als Koningin des Hemels naast haar Goddelijke Zoon, waarboven God de Vader zegenend de handen uitstrekt en de Heilige Geest stralend present is.
Op de triomfboog van deze kapel staat de tekst: "Tota pulchra es Maria et macula non est in te" wat betekent: Geheel schoon zijt gij, Maria, en de smet van de erfzonde rust niet op u.
Boven de deur in die kapel is een heel merkwaardig zegel met Griekse letters aangebracht, een afbeelding die al in de eerste eeuwen van het Christendom voorkwam en waarvan de letters een atkorting zijn van, "Theotokè boèthè", wat betekent: Moeder van God, help ons.
Die geschreven twee letters die veelvuldig op de wand voorkomen, vormen de Latijnse afkorting van "heilige Maria".
 
Dagkapel
Als u op het priesterkoor de deur rechtsachter in de apsis binnengaat, komt u in de dagkapel. In de dagkapel zijn drie grote gias-in-loodramen te bewonderen, voorstellende God als Schepper van de wereld tussen twee engelen die hem aanbidden in de oud-christelijke (en nog steeds gebruikte) 'orantehouding'.
Over het water in het wijwatervat buiten de deur vliegt een duif met olijftak, zoals dat ook het geval was bij de zondvloed, zodat telkens het geheimzinnige verband tussen zondvloed, doopwater en wijwater in herinnering wordt gebracht.
 
De achtergevel
De achterzijde van de kerk aan de Robert-Fruinstraat met de apsis, de sierlijke kooromgang-dakgalerij en de elegante torentjes, is architectonisch van grote kwaliteit.
Een van de torens bevatte tot de oorlog een angelusklok. Na de oorlog werd deze in de kerk opgehangen (in de huidige Moeder- Teresakapel).

Afdrukken E-mail