Lourdeskapel

Lourdes in de Kathedraal

In de Franse bedevaartplaats Lourdes vindt elke dag op een vast tijdstip een zegening van de aanwezige zieken plaats. Aan een priester wordt dan gevraagd een monstrans te hanteren en elke afzonderlijke zieke met Christus' Lichaam te zegenen. Deze plechtigheid is ook in onze kathedraal afgebeeld. Het is een groot reliëf van de Rotterdamse kunstenaar Sprenkels aan de altaartombe van de Lourdeskapel.

Naar een authentieke foto is daar de zegening van de volkomen verlamde Franse spoorwegingenieur Gargan uitgebeeld. De vader van bouwpastoor Wreesman was als brancardier aanwezig (en staat op het reliëf aan het voeteneind van de brancard).

Het is werkelijk onvoorstelbaar wat er meteen na die zegen gebeurde, maar de heer Wreesman en vele anderen waren er op enkele meters afstand getuige van. De volslagen invalide ingenieur Gargan stond op uit zijn wagen en bleek plotseling genezen! Niet tijdelijk, zoals later bleek, maar blijvend! Het gebeurde op 20 augustus 1901.

Toen onze pastoor Wreesman aan zijn parochianen vertelde, wat zijn vader daar in Lourdes had meegemaakt, waren ze uiteraard diep onder de indruk. Maar de niet-onbemiddelde parochiane Van Staay ging vérder.
Deze familie woonde in het kolossale woonhuis op de hoek van Heemraadsingel en Burgemeester Meineszlaan. Mevrouw Van Staay vond, dat dit wonder altijd in herinnering moest blijven en dat het visueel vereeuwigd moest worden.

In de Lourdeskapel stond nog geen altaar; wel een kolossale imitatiegrot met een Mariabeeld.
Welnu, mevrouw Van Staay beloofde een kolossaal nieuw altaar te bekostigen, door beeldhouwer Sprenkels te vervaardigen van marmer en Losangelessteen met een mooi bewerkt retabel en met een verguld baldakijn waarin dat al aanwezige beeld kon worden geplaatst. Aan de voorzijde van het altaar wilde zij het tafereel van de foto afgebeeld zien, de opname die vlak voor de wonderlijke gebeurtenis was gemaakt.
Zij stelde echter een voorwaarde: "Ik was er weliswaar niet bij, maar ikzelf moet er ook op staan!" ook zei ze nog: "Geef die priester maar het gezicht van onze pastoor." Welnu, dat was bij onze beeldhouwer niet tegen dovemansoren gezegd. Hij dacht: Als ik zo onhistorisch mag zijn, dan weet ik ook nog wel wat. Dus hij plantte meteen maar ook onze architect Buskens bij die ziekenzegening. En hij liet de maker van onze doopvont Simonis eerbiedig naast hem knielen. Toen was voor Sprenkels kennelijk het hek van de dam, want hij !iet ook maar meteen alle kapelaans van onze parochie ter plekke van het wonder getuige zijn. Maar wat de deur dichtdeed was wel, dat hij op het reliëf ook nog zijn eigen dochter naast mevrouw Van Staay liet knielen, hoewel deze zelf toch ook twee dochters had.

Enfin, bij de oplevering van het altaarkunstwerk aanschouwde de sponsor vol verbazing de niet-historische aanwezigheid van al die bekende personen. Maar ach, de hele opstelling en alle mensfiguren waren exact overeenkomstig de foto; slechts al die gezichten waren aangepast. Zij vond het dan ook hoogst origineel en volkomen acceptabel.

Maar toen ontwaarde ze op het reliëf Sprenkels dochter! En ze ontdekte daarentegen geen spoor van haar eigen dochters Jo en Jeanne. Ze is enorm verontwaardigd geworden en heeft zeer ontstemd het kerkgebouw verlaten. De beeldhouwer moest het verder zelf maar uitzoeken!

En Sprenkels heeft een lumineuze oplossing gevonden. Hij heeft twee unieke plekjes kunnen vinden, maar natuurlijk niet op het grote reliëf; dat kon niet meer. Nee, de twee aandoenlijke kinderhoofdjes bevinden zich nu prominent links en rechts op het retabel! En beide meisjes worden geflankeerd door engelen!

En mevrouw Van Staay? Wel, die was volkomen tevreden. Die vond deze plekken nog veel eervoller voor haar dochters! Nee, Sprenkels kon nu niet meer stuk!
Er kwam op een keer een gezelschap van zo'n dertig personen naar onze kerk om alleen maar even dat altaar te bekijken.
Het was ter gelegenheid van een familiereünie. Het waren... ... ... de nazaten van mevrouw Van Staay.
Lourdes in Zuid-Frankrijk. 
Van 11 februari tot 16 juli 1858 verscheen Maria daar achttien keer aan Bernadette Soubirous in de grot van Massabiëlle. In 1862 is de echtheid ervan erkend.  De genoemde Bernadette heeft destijds aan een beeldhouwer exacte aanwijzingen gegeven betreffende het uiterlijk van Maria zoals deze aan haar verschenen was. Toen die beeldhouwer gereed was, was de reactie van de zieneres: "Ja, het klopt wel; maar nee, die Vrouwe was toch eigenlijk nog veel en veel mooier '" Het desbetreffende beeld is toen geplaatst op de precieze plek van de reeks verschijningen. Het staat daar nu nog steeds. 
Talloze kopieën zijn er in middels van gemaakt. Een daarvan, in blank marmer, vindt u in onze grote Mariakapel (of Lourdeskapel) linksvoor in onze kerk. Aanvankelijk stand het beeld nota bene in een  kolossale imitatie van de Lourdesgrot. Die grot was in diezelfde kapel nagebouwd en vulde een groot deel van de ruimte, van boven tot onder en van links tot rechts. (De plebanie bezit nog een foto, genomen vanaf het jubee, waarop die toestand te zien is, een van de bijna vijftig belangwekkende historische foto's van ons kerkgebouw.)
U weet, nu bevindt hetzelfde beeld (een geschenk van de bouwpastoor) zich onder een verguld baldakijn, hoog boven het witte marmeren altaar.  Links op het altaarretabel ziet u in reliëf een van de verschijningen uitgebeeld: de zieneres knielend voor de Vrouwe. Tegen de voorkant van de altaartombe is met enige moeite in een hoek de grot te ontdekken. Ook de erboven gebouwde basiliek is daar in reliëf weergegeven.

Afdrukken E-mail