Een bom die al zeventig jaar “in vrede rust”

Op de avond van vrijdag 3 oktober 1941, nu dus exact zeventig jaar geleden, om tien over half tien, troffen twee bommen ons kerkgebouw.

Ze waren afkomstig van de geallieerden, onze toekomstige bevrijders.
Ze waren eigenlijk bedoeld voor het Duitse Sicherheitsdienstgebouw op de hoek van Mathenesserlaan en Heemraadssingel (waar nu een school staat).
Twee uur eerder had de kerk nog vol gelovigen gezeten: het was immers Eerste Vrijdag van de maand en honderden mensen kwamen dan naar de kerk.

De ene bom viel langs de toren, ontplofte en sloeg linksachter de gehele huidige Mariakapel in puin.
Ze verwoestte banken en pilaren.
Het achterste gedeelte van het middenschipplafond en de gewelven achter in de kerk en bij de zij-ingang stortten in.
Het prachtige orgel werd beschadigd.
Alle glas-in-lood- en gebrandschilderde ramen in het hele gebouw werden door de luchtdruk eruit geslagen.
Van de beelden werd alleen Leonardus van Vechel van zijn voetstuk gerukt en verloor Franciscus van Assisi (op de vooravond van z’n eigen feestdag) zijn hoofd.
Twee kruiswegstaties werden totaal vernield; en het is goed zichtbaar dat de twee huidige werken niet geschilderd
zijn door de talentvolle Jan Dunselman (die haast alle afbeeldingen in de kerk heeft vervaardigd), maar door een leerling van hem.
Maar werkelijk bewonderenswaardig is het resultaat van het herstel van ons gebouw zelf.
Zelfs nu u het weet, zult u absoluut niet zien waar de verwoesting heeft plaatsgevonden.
Een knap staaltje werk ! (Een uitzondering vormt de verwoeste dubbele pilaar van Beiers graniet, die vervangen is door een memoriezuil van kunstenaar Albert Termote.
Een stukje van die pilaar is erin opgenomen en zegt: “Et ego cecidi = Ook ik ben gevallen”. De twee reliëfs vertonen Gerardus, de patroon van de pastoor, en Teresia van Lisieux, op wier gedenkdag de bommen vielen.)

De andere bom doorboorde het dak en de zich-boven-het-altaar-bevindende koepel en kwam terecht naast de plaats van dat huidige altaar.
Ze sloeg een gat in de vloer en verdween in de grond.

De volgende dag was er gelegenheid de situatie grondig en voorzichtig op te nemen.
Men daalde af in de kelder en een projectieldeskundige verklaarde, dat de bom ontploft moest zijn. Het voorwerp was echter nergens te bekennen. Op de plek waar ze ongetwijfeld in de grond verdwenen was, begon men maar te graven.
Men groef die hele zaterdag, maar ’s avonds had men nog niets gevonden.
De volgende dag groef men nog dieper, maar weer geen resultaat.
Men begon verbijsterd een derde dag, waarna er inmiddels een gat van zo’n acht meter diep ontstaan was.
Maar een bom, ho maar!
Omdat men in ieder geval zekerheid wilde hebben, is men begonnen met peilen.
Men peilde tot vier meter diep onder de bodem van die kuil, maar de bom bleef onvindbaar.

Je kon echter niet zeggen dat ze spoorloos was, want er waren wel degelijke sporen. 
In de krater vond men de staart, op vier meter diepte de fluit die aan de bom bevestigd zit en op vijf meter de beugel die normaal met vier klinkbouten aan de bom vastzit.
Deze gevonden onderdelen wezen wel op een ontploffing.
Maar toen het onderzoek op maandagavond om half zes werd beëindigd, werd door sommigen toch getwijfeld.

Na drie dagen hard werken werd de diepte weer dichtgemaakt.
Op de plek van de inslag werd onder de vloer een grote betonnen plaat aangebracht.
Welnu, die betonnen plaat ligt er nu nog. Inmiddels is in 1964 het priesterkoor uitgebreid tot boven de bewuste plek.
En diep, diep, heel diep onder de grond rust in diepe stilte het projectiel van onze geallieerde vrienden.
Het is hier inmiddels allang vrede.
Derhalve: de bom rust in vrede ………

(Het gemeentebestuur heeft enkele jaren geleden een plattegrond van Rotterdam vervaardigd waarop de tientallen plaatsen staan aangegeven waar nog zo’n projectiel in de grond zit.
De onze is dus een van de tientallen ! Op onze plek is er geen enkel probleem; die zekerheid is honderd procent. Want: a. Hij is wellicht al ontploft.
b. Hij ligt op een enorm grote veilige diepte.
c. Alleen maar als wij op diezelfde plek gaan heien, is er misschien risico.
Maar de restaurateurs hebben ons verzekerd, dat ze op het priesterkoor geen enkele heipaal de grond in gaan duwen …………………..)

Tom Remken

AfdrukkenE-mail