100 jaar zangkoor I.H.S.E.

99

Voorwoord:

Voor u ligt het jubileumboekje van ons zangkoor. In dit boekje is getracht op eenvoudige wijze een overzicht te geven van wat er in de afgelopen 100 jaar heeft plaatsgevonden.

 Beginnen aan een dergelijk boekje is sneller gezegd dan gedaan. De eerste 75 jaar was niet zo moeilijk. Dat was al eerder door de heer Piet Franken bij het 75-jarig bestaan gedaan. Ik kreeg het als het ware op een presenteerblaadje aangereikt. De volgende 25 jaar werd moeilijker maar niet minder leuk. Vele foto's, kerkblaadjes, aantekeningen, een telefoongesprek hier en een vraag daar leverde leuke antwoorden op.

 U zult het met mij eens zijn dat een boekje samenstellen zonder iets of iemand te vergeten onmogelijk is. Dat is ook niet de opzet geweest. Zie dit boekje als een leuke herinnering aan 100 jaar zangkoor In Honorem Sanctae Elisabeth

Veel plezier,
Joop Nijs
samensteller

In Honorem Sanctae Elisabeth

1906-2006

Gelukkig bestaat er ook op dit koor de goede gewoonte, van alle vergaderingen notulen te schrijven van hetgeen er besproken wordt.

Zo kon er vanaf 1906 hieruit een globaal overzicht samengesteld worden.

Aandachtige lezers zullen misschien de volgende vraag voelen opkomen. In het jaar 2004 hebben wij het 100-jarig bestaan van onze parochie gevierd en nu in 2006 wordt het 100-jarig bestaan van onze koor herdacht. Heeft het dan twee jaar geduurd, eer er een koor was in onze kerk? Toen in 1904 de hulpkerk in gebruik werd genomen, was er al een koor gevormd, bestaande uit mannen en jongens. Dit koor werd door pastoor A. Wreesman in de zomer van 1906 ontbonden en opnieuw opgericht op 9 augustus 1906. De notulen vermelden niets over de reden van deze opheffing. In deze tijd van medezeggenschap en inspraak is het echter wel interessant, in de notulen van 9 augustus te lezen, dat de pastoor "zijn leedwezen uitsprak zo te moeten handelen, maar dat oppositie in de kerk zeker niet thuis hoorde en dat het hoogst waarschijnlijk was, dat zulke leden hun taak niet goed begrepen".

In april 1908 werd de nieuwe kerk in gebruik genomen. Dat wil zeggen: het voorste gedeelte. Het zou nog ongeveer 13 jaar duren, voor het achterste gedeelte en de toren zouden zijn afgebouwd. Daar er geen koorruimte beschikbaar was, kregen de zangers hun plaats achter het hoogaltaar, waar nu de schildering van het laatste avondmaal zich bevindt. Op de plaats van het toenmalige hoogaltaar bevindt zich nu de bisschopstroon. Men had toen nog huurplaatsen, en zij die geen huurplaats hadden, moesten in de zondagsmissen betalen. Het behoorde tot de taak van de koster dit plaatsengeld te innen in het voorste deel van de kerk. Tijdens de hoogmis kon men dan meemaken, dat de koster bij het Kyrie en Gloria zijn plaats bij de zangers innam en daarna de plaatsengelden ophaalde. Hetzelfde herhaalde zich dan bij het Credo en Sanctus.

Bij het nalezen van de jaarverslagen valt het op, dat het verloop van dirigenten zeer groot was. In de eerste jaren van het bestaan van het koor, was het een zeldzaamheid, dat een dirigent langer dan twee jaar zijn functie vervulde. Hierin kwam een gunstige verandering, toen in 1914 de eerwaarde heer W.J. Pompe als kapelaan in onze parochie werd benoemd en door pastoor Wreesman werd aangesteld tot directeur van ons koor. Vanaf die tijd was er sprake van een meer stabiele ontwikkeling van ons koor. Hetgeen zich uitte in betere prestaties.  Kapelaan Pompe bleef 15 jaar in onze parochie en al die tijd directeur van het koor. Wat nog wel een handicap bleef, was de krappe plaats van ons koor en het gemis van een behoorlijk orgel. Deze situatie zou nog voortduren tot 1921, tot onze kerk afgebouwd werd. Toen kreeg het koor de beschikking over een riante behuizing.

De schaduwzijde was echter, dat pastoor Wreesman moest mededelen, dat van een nieuw orgel voorlopig nog geen sprake kon zijn omdat de kerkkas leeg was. Toen werd door de koorleden besloten een orgelcomité op te richten. Dit comité werd gevormd door kapelaan Pompe als voorzitter, de heren Willemsen en Weber als respectievelijk secretaris en penningmeester. plus nog enkele parochianen. Het comité ging met grote voortvarendheid te werk. Door inzamelingen en het geven van uitvoeringen wist het een zodanig bedrag bijeen te brengen, dat aan de firma Elbertse te Utrecht opdracht gegeven kon worden tot de bouw van een orgel. Een bedrag van ƒ8.000,- kon men als vooruitbetaling storten. Op 8 juli 1923 vond de inwijding van het nieuwe orgel plaats. Het orgel werd ingespeeld door de directeur ven de Kerkmuziekschool te Utrecht, pater Dr. C. Huygens. Deze was ook adviseur geweest bij de bouw en registratie van het orgel. Als bewijs van veranderende tijden mag wel gelden dat de prijs van het orgel ƒ14.122,- bedroeg. Men is misschien geneigd te denken, dat voor die prijs nooit een behoorlijk orgel gemaakt kon worden. Niets is echter minder waar. Van alle katholieke kerken in Rotterdam hadden wij het mooiste orgel, uitgezonderd misschien het 3-klaviersorgel in de oude Bosjeskerk en het orgel van de Steigerse kerk aan de Hoogstraat. Toen de laatste betaling van het orgel voldaan was, bleef er nog een zekere som over. Hiervoor werd een ijzersterke vloermat aangeschaft voor de doorgang naar de koorzolder. Deze mat heeft tot in de jaren tachtig dienst gedaan. Verder een grote muziekkast, banken en muziek van de Missa Pontificalis van Perosi.

In oktober 1924 overleed de organist de heer Van de Ploeg, die met een korte onderbreking vanaf het begin aan ons koor verbonden was. De heer Lodders werd door de president benoemd tot hulporganist tot een beroepsorganist gevonden was. Op 5 april 1925 werd de heer J. Verhoeven als zodanig aangesteld. In juni 1929 werd kapelaan Pompe benoemd tot pastoor van de St. Theresiakerk in Rotterdam-Zuid. Na 15 jaar kwam er dus een eind aan zijn functie als directeur. In zijn plaats werd de heer L.W.B. Biermans benoemd. Het jaar daarvoor had onze president pastoor Wreesman om gezondheidsredenen zijn taak moeten neerleggen. Hij werd opgevolgd door de eerwaarde heer C.L. Querelle.

Op 6 mei werd door ons koor met assistentie van een aantal andere zangers de mis In Die Festo van  Alphons Diepenbrock uitgevoerd. Op 7 oktober werd de uitvoering herhaald en door de KRO uitgezonden. Op 1 augustus 1934 overleed pastoor Querelle. Hij werd opgevolgd door de eerwaarde heer G.J.H. Kerkvliet. Nu was het zo, dat de voorkeur van pastoor Querelle altijd was uitgegaan naar een mannenkoor. Hierdoor, en door nog enkele andere oorzaken, was er van het jongenskoor niet veel overgebleven. Pastoor Kerkvliet vond dit een ongewenste toestand en gaf op 3 september de heer Biermans opdracht een nieuw jongenskoor te vormen. Op 5 oktober werd de eerste repetitie gehouden en door vier maal in de week te repeteren kon al op zaterdag 12 oktober voor het eerst door het nieuwe jongenskoor het lof worden gezongen. Natuurlijk klonk het nog niet onberispelijk, maar wel was op die dag een ontwikkeling ingezet die 30 jaar lang voor ons koor van grote betekenis zou zijn.

100 In oktober 1935 werd de heer J.D. van Geldre aangesteld, die sinds kort was afgestudeerd aan de Kerkmuziekschool te Utrecht. De heer Biermans bleef echter, op voorstel van de heer Van Geldre zijn taak als dirigent waarnemen tot 1937. Toen nam hij ontslag wegens vergevorderde leeftijd

Daar de heer Van Geldre vanaf die tijd èn orgel moest spelen èn dirigeren, werd de taak van dirigent waargenomen door een der koorleden. Deze had de heer Biermans ook al geholpen bij de vorming van het nieuwe jongenskoor en assisteerde nu ook de heer Van Geldre bij de repetities met de jongens.
Vanaf 1936 werd het aandeel van de jongens in het koorgebeuren steeds groter. Tot dan toe was het de gewoonte dat de hoogmis de ene week door alléén heren werd gezongen en de andere week door heren en jongens. Nu werd het zo dat het jongenskoor \'s zondags altijd meezong. Dit was alleen mogelijk door het repertoire voor gemengd koor sterk uit te breiden. Onze kerk had in die tijd de naam dat er wel altijd een of ander feest gevierd werd. en dat vroeg van de dirigent en zangers een enorme inzet. Het is wel tekenend voor wat er in die tijd mogelijk was. In het jaar 1939 werden er door de jongens 229 repetities gehouden en zongen zij 63 maal de hoogmis, 42 heilige missen met zang en 249 maal het lof.

Deze gang van zaken werd abrupt afgebroken door de tweede wereldoorlog. In augustus 1939 verlieten 6 leden het mannenkoor door de mobilisatie. Na de capitulatie in mei 1940 keerden zij weer terug op de heer Scholman na, die naar Engeland was uitgeweken en daar in april 1941 bij een vliegtuigongeval omkwam. Vrijdag 3 oktober 1941 werd onze kerk zwaar getroffen bij een bombardement van Engelse vliegtuigen. Een bom sloeg in de zijgevel, vlak achter de toren. Vanaf de tweede biechtkapel achter in de kerk werd de hele gevel tot aan het dak weggeslagen. De koorzolder was een ruïne. De orgelpijpen en de zangboeken lagen beneden in de kerk. Alle gebrandschilderde ramen waren vernield. Vanaf 5 oktober 1941 werden de diensten gehouden in de kapel van het lyceum aan de Breitnerstraat. Dankzij een energieke aanpak kon op 15 november 1941 de kerk weer in gebruik worden genomen. Daar de koorzolder nog niet gereed was kwamen de zangers weer op hun oude plaats achter het altaar te staan. Met Kerstmis was de koorzolder gelukkig weer beschikbaar. Het orgel was echter pas gedeeltelijk hersteld en kon slechts op sobere wijze bespeeld worden. Op 29 november 1944 werd de kerk opnieuw getroffen Nu echter door  in de onmiddellijke nabijheid ontploffende bommen. De gehele aangebrachte noodbeglazing werd weer vernield en de kerk was weer enkele weken onbruikbaar. Bij de razzia van 11 november 1944 werden 6 leden van ons koor naar Duitsland afgevoerd. Met Kerstmis was de schade zover hersteld, dat de kerk weer gebruikt kon worden. Het was dus een klein koor, waarmee men de laatste maanden van de oorlog doorkwam.

300 Het is wel opmerkelijk dat het koor zo snel de gevolgen van de oorlog te boven kwam. Zo telde het herenkoor in de zomer van 1946 weer 33 leden en kon, samen met ons jongenskoor, op 25 juni 1947 voor de eerste maal de

dubbelkorige mis Christus Rex van Hendrik Andriessen worden uitgevoerd. Ook werd door ons koor vier maal per jaar, 's zondags een mis gezongen in de gevangenis. Doordat op een gegeven moment de aanvangstijd van de hoogmis werd gewijzigd, moesten wij hiermee stoppen. Op 19 augustus 1952 werd de vierstemmige mis van Edmond Dierikx door ons gezongen. Ook deze hoogmis werd door de KRO uitgezonden.

Vanaf 1 september 1952 assisteerde de heer A. Hesseling aan het orgel en kon de heer Van Geldre zelf zijn koor dirigeren. Omstreeks die tijd begon zich een ontwikkeling in te zetten die voor ons koor grote cosequenties mee zou brengen. Het werd steeds moeilijker voldoende jongens aan te werven voor ons koor. Dit had verschillende oorzaken, maar de belangrijkste was wel de zuigkracht van de jeugdbeweging. In 1954 kwam er een eind aan de medewerking van de heer Hesseling als hulporganist. Zijn taak werd overgenomen door de heer D. Hoogeboom, die ook al op het jongenskoor gezeten had. Op 30 juni 1962 nam Mgr. Kerkvliet wegens vergevorderde leeftijd afscheid van zijn parochie, waaraan hij 27 jaar als pastoor werkzaam was geweest. Hij overleed op 3 mei 1969. Als zijn opvolger werd benoemd pastoor W.Q. Grimbergen.

380
In het jaar 1964 was het jongenskoor zo klein geworden dat naar andere wegen gezocht moest worden om ons koor op peil te houden. Er werd besloten een dameskoor te formeren. Na een wervingsactie meldden zich 20 dames aan. Op vrijdag 8 januari 1965 werd onder leiding van de heer Van Geldre met repeteren begonnen. In april was het dameskoor zo ver, dat het de muzikale verzorging van de huwelijks- en rouwmissen op zich kon nemen. De 1e Pinksterdag in datzelfde jaar zongen de dames voor het eerst samen met de heren de hoogmis. Bij die gelegenheid werd de 3-stemmige Missa Regna Martirum van L. Refice gezongen.

Op 7 januari 1968 bereikte ons het bericht dat de parochiekerk van St. Elisabeth tot kathedraal werd verheven. Mgr. M. Jansen was toen al 12 jaar bisschop van Rotterdam. Voor het koor had deze verandering voorlopig geen grote gevolgen. Vermeld dient te worden dat Mgr. Jansen in het jaar 1970 zijn taak om gezondheidsredenen neer moest leggen. Tot zijn opvolger werd benoemd Mgr. Dr A.J. Simonis. Op zaterdag 2 maart 1971 werd hij tot bisschop van Rotterdam gewijd. De plechtigheid werd geleid door kardinaal Alfrink, samen met de overige Nederlandse bisschoppen. Deze plechtigheid werd samen met het koor uit de parochie in Den Haag, waar Mgr. Simonis gestaan had, door ons koor gezongen. Deze plechtigheid werd uitgezonden door de KRO-televisie.

800 Op 15 februari 1974 werd de fusie tussen het heren- en dameskoor een feit. Sommige leden hadden er toch wat moeite mee, dames op het koor dat vanouds een mannenbolwerk was. Tot dan toe had iedere groep een eigen bestuur en eigen beheer over de financiën.

Op 5 april daaropvolgend had de verkiezing van een nieuw bestuur plaats. Hierbij werd ook een van de dames in het bestuur gekozen. In 1979 bestond de parochie 75 jaar, dit werd op zondag 18 november gevierd in een pontificale hoogmis waarin Mgr. Simonis voorging en wij samen met het jongerenkoor De Math een mis voor dubbelkoor van de componist Boézie uitvoerde. Het Algemeen Dagblad schreef dat het een "puntgave" uitvoering was.

Op 1 maart 1980 ging plebaan Grimbergen met emeritaat. Hij werd tijdelijk vervangen door pater Scholten. Pater Scholten overleed in november 1980. Er was inmiddels al een nieuwe plebaan benoemd en wel pater C.Th. Marrevee.

Vermeldenswaard is ook, dat op 8 februari 1981 de plechtige viering plaats vond van het 25-jarige bestaan van het Bisdom Rotterdam. Bij deze plechtigheid, die de KRO-televisie uitzond, werd door ons koor, met assistentie van het gemengd koor Sancta Maria uit Noordwijk, de Missa Festiva van Gretchaninoff uitgevoerd.

Het 75-jarig bestaan van ons koor werd uitgebreid gevierd op zondag 4 oktober 1981. Uitgevoerd werd de mis Christus Rex van Hendrik Andriessen. Dit werk werd geheel doorgecomponeerd, van Asperges Me tot en met Laudate Dominum, voor dubbelkoor met orgelbegeleiding.  Van het jongerenkoor De Math kregen wij een grootverpakking pottertjes waarbij werd opgemerkt: \"Die zult u wel nodig hebben om de feestmis van Andriessen te zingen. Op 11 oktober werden de koorleden en hun partners verwacht in het Kasteel van Rhoon voor een speciale jubileumavond. Hier werd genoten van een overheerlijk buffet.

Mgr. Bär werd op 20 maart 1982 tot hulpbisschop gewijd en op 2 oktober 1982 namen we afscheid van Mgr. Simonis die in Utrecht benoemd is. In 1984 volgt plebaan Holland plebaan Marrevee op.

Op 5 oktober 1986 vierde de heer Van Geldre zijn 50-jarig jubileum en afscheid van het koor. Bij deze plechtigheid zong het koor de Missa Festiva van Gretchaninoff. Na de feestelijke hoogmis was er een uitgebreide receptie in de parochiezaal waar vele gasten hem de hand kwamen drukken. Tijdens deze receptie werd hij koninklijk onderscheiden met de gouden medaille in de Orde van Oranje Nassau. Op 28 december 1986 dirigeerde hij voor het laatst het koor.

Op 30 oktober 1986 overleed de heer P.(Piet) Franken. Een man die meer dan 50 jaar zijn krachten aan het koor heeft gegeven. Jarenlang secretaris, dirigeerde het koor en was een van de drijvende krachten achter het jongenskoor.

Na het vertrek van de heer Van Geldre werd er naarstig gezocht naar een opvolger. Kandidaten voor de functie dirigent-organist staan niet in de rij. Het koor was bang dat als er geen geschikte opvolger gevonden werd dit misschien wel het einde van het koor kon betekenen. Als sollicitant diende de heer M.(Marc) A. Schaap zich aan. Na een gesprek met het koorbestuur en het kerkbestuur waren beide besturen er van overtuigd dat dit de juiste kandidaat was. Marc Schaap werd per 1 januari 1987 aangesteld als dirigent-organist.

In 1987 werd de repetitie verplaatst van vrijdagavond naar donderdagavond. Veel leden hadden moeite met deze avond: op vrijdagavond begon het weekend. Een andere avond ja, maar niet te ver van de zondag. Donderdagavond zou prettig zijn maar dan was de parochiezaal bezet door \"de kaartclub\" die daar ook al vele jaren speelde. Woensdagavond zou kunnen, maar belangrijke voetbalwedstrijden worden op woensdagavond uitgezonden en dat vonden een aantal leden ook belangrijk. Er werd uitgeweken naar de Tweede Kamer, een ruimte die nu als sacristie (na restauratie dagkapel) wordt gebruikt.  Van de Tweede Kamer zijn we naar de dagkapel (na restauratie weer sacristie) verhuisd. en daarna naar de koorzolder. De koorzolder is de ideale plaats om te repeteren, bij het orgel en een goede akoestiek. In de winter kan de kerk erg koud zijn en als de temperatuur te laag wordt, wijken wij uit naar een ruimte achter het jubee. Deze ruimte is makkelijk te verwarmen.

Dat parochianen de koorzang waarderen bleek uit het feit dat er een doos bonbons op de trap naar de koorzolder stond met een kaartje "Voor het koor". Ook heeft iemand met Kerstmis een aantal kisten sinaasappels neergezet en een aantal plastic tasjes met een briefje "Verdeel maar onder de koorleden". Deze parochiaan heeft dit een aantal malen met Kerstmis herhaald.

In 1989 werd de Kathedrale Laurentius en Elisabethcantorij opgericht. Een tweede koor in onze kerk. Dit koor houdt zich specifiek bezig met diensten waarin de bisschop voorgaat. Vanzelfsprekend werken beide koren goed samen en treden bij diverse gelegenheden ook samen op. Op 12 februari 1990 gaf de cantorij hun eerste uitvoering.

De cantorij was een welkome aanvulling in onze kerk. Ons koor moest naast de gebruikelijke vieringen in de parochie ook dikwijls de vieringen van het bisdom zingen. Dit was soms een zware last. Zo kon het gebeuren dat in de Goede Week het koor tien keer moest komen zingen: Palmzondag: hoogmis; maandag: boeteviering; dinsdag: boeteviering; woensdag: chrismamis; Witte Donderdag: voetwassing; Goede Vrijdag:\'s middags kruisweg, 's avonds kruisverering; zaterdag: paaswake; 1e Paasdag: hoogmis; 2e Paasdag: hoogmis.

Zondag 10 oktober 1992 vierde de heer Hoogeboom zijn 55-jarig jubileum als zanger/organist van ons zangkoor Begonnen als achtjarige begon hij op het jongenskoor: daar zong hij de sopraanpartij; overgegaan naar het herenkoor zong hij tenor en werd daarna organist van het zangkoor, een taak die hij veertig jaar vervuld heeft. Deze jubileumviering was tevens zijn afscheid. Als dank werd hij tot erelid van het koor benoemd.

Als opvolger van de heer Hoogeboom konden wij de heer J.(Jos) van Elderen verwelkomen als organist. Een man die zijn sporen in de muziek al had verdiend. Hard kwam de klap dan ook aan bij ons koor en de cantorij dat hij op 16 mei 1995 op een dramatische wijze om het leven was gekomen. Groot was de belangstelling bij de uitvaart in zijn parochiekerk Johannes de Doper in Vlaardingen, waar drie koren zongen. Als opvolger van Jos van Elderen konden wij Ronald van Baekel verwelkomen.

Na de eucharistieviering van 15 augustus 1996 verhuisde plebaan Holland en op 1 oktober verwelkomen wij plebaan J.(Joost)J.P.  de Lange.

799 Vlak na zijn aanstelling als dirigent/organist Constateerde Marc Schaap dat de staat waarin het orgel verkeerde niet goed was. Hij heeft vele jaren 1½ tot 2 uur per week reparaties aan het orgel moeten uitvoeren om op zondag tijdens de kerkdienst de indruk te wekken dat er niets aan de hand was.

Uiteindelijk bleken de mankementen niet meer te repareren (zelfs niet door een orgelbouwer). Er moest hoe dan ook gerestaureerd worden om te voorkomen dat het instrument op korte termijn onbespeelbaar zou worden. Vele plannen werden gemaakt: een ander orgel, een andere plaats in de kerk. Uiteindelijk werd er voor gekozen het huidige orgel te restaureren, registers bijplaatsen, een nieuwe drieklaviers-speeltafel en ombouw naar elektrische tractuur. Dit zou een zeer kostbare zaak worden. Om de kosten te beperken werd er voor gekozen dit werk uit te voeren met vrijwilligers onder leiding van een orgelbouwer. Marc Schaap heeft een aantal vrijwilligers uitgenodigd die door hun specialistische kennis uitermate geschikt zouden zijn. Ook een aantal mensen zonder specialistische kennis die hand- en spandiensten wilde verrichten werden uitgenodigd. Van iedereen werd enthousiasme en inzet gevraagd. Een groot aantal parochianen, waaronder een aantal koorzangers, hebben met plezier geholpen. Op zondag 4 juni 1998 werd het orgel ingewijd. Vrijdag 26 juni vond er een concert plaats waarbij ons koor samen met de cantorij de Messe Solennelle van Louis Vierne ten gehore werd gebracht afgewisseld met orgelsoli door Marc Schaap en Ronals van Baekel.

In augustus 2002 verwelkomen wij Chr.(Chris)N. Bergs als nieuwe plebaan omdat plebaan Joost de Lange elders een nieuwe functie krijgt.

DSC02356 Na de grote restauratie en uitbreiding van het orgel besloot Ronald van Baekel een punt te zetten achter zijn functie van organist. Hij heeft zich bekwaamd in het vak van orgelbouwer en krijgt de kans het bedrijf Adema-Schreurs Orgelbouw, het bedrijf dat ons orgel heeft uitgebreid en gerestaureerd, over te nemen.

Op 1 september 2003 volgde Aart de Kort hem op.
Een organist die vele prijzen gewonnen heeft en uit ons orgel alles kan halen wat er uit een orgel te halen valt. Speciaal voor het 100-jarig jubileum van ons zangkoor heeft hij de Missa Festiva In Honorem Sanctae Elisabeth gecomponeerd.

Na het vieren van het 100-jarig jubileum gaat ons koor verder met wat zij altijd met plezier gedaan heeft: zingen Hoe het gaat lopen in de toekomst? Wij weten het niet. De eerste honderd jaar heeft ons koor hoogte- en dieptepunten gekend. Maar door goede samenwerking is het altijd gelukt verder te gaan. Wij kijken dan ook optimistisch naar de toekomst.

Joop Nijs

AfdrukkenE-mail