Bidden en leren

Een rubriek in elf afleveringen over bidden, door Frans Zwarts 1)

Te vaak hoor je, dat iemand geen raad weet met bidden. Niet dat men de woorden niet kent, maar het gaat gewoon niet meer. Het gevoel is weg. Het is afgesloten. Nu kán dat een positieve ervaring worden, want het roept vragen op.

biddende_manIk denk aan woorden van de grote leraar Abraham Joshua Heschel: "De wereld is een poort, geen muur." Door die poort binnen te gaan, zullen mensen en dingen op mij toekomen, mij aanspreken.

De poort van woord en wederwoord. Wat overkomt mij, wat is mijn antwoord ? Daar is de bedding van het bidden. Twee dingen kunnen mij de weg wijzen: Bidden kun je leren en je kunt leren van bidden.

Aandacht is de groeiplaats van het gebed. Zien wat er is, ziet dat het er is. Oog krijgen voor wat meer is dan mijzelf. "De poort binnen gaan ..." Ik herinner mij een jonge moeder. Kort na de geboorte van haar eerstgeborene zei ze: "Weet u, ik heb weer gebeden; ik voelde het wonder, mijn dankbaarheid." Verwondering en dank is bidden, antwoord op wat meer is dan mijzelf. Antwoord aan de Gever.
Zeg het Hem maar, durf het te verwoorden, dan wordt de muur doorbroken.

Wordt zulke aandacht een houding, dan gebeurt er nog iets. Alles krijgt z'n plaats, z'n eigen verhaal. Dat vraagt om antwoord. Dan leert bidden mij wat ik moet doen: luisteren, opnemen, helpen, zorgen.

"Kijk naar de bloemen in het veld ...", bekende woorden van Jezus. Bloemen zijn meer dan ik. In hun schoonheid en kleur zijn ze woord van de Eeuwige en nodigen ze uit er goed mee om te gaan. Levend in zijn Joodse gebedstraditie beleeft Jezus: "Van alle dingen kun je leren." De wereld is geen muur, maar een poort, een plaats om te leren antwoorden.


2) Het smeekgebed.
biddend_kindAls ik preek over het gebed, zeg ik dat wij God niet zomaar moeten gebruiken voor onze tijdelijke wensen. Wij mogen best bidden voor het welslagen van een operatie, maar God hanteert niet de hand van de chirurg. Wij mogen best bidden voor een behouden thuiskomst, maar wij zullen zelf veilig moeten rijden.

God is zo verstandig dat Hij niet zomaar op onze wensen ingaat. Waar wij om bidden, is niet altijd goed voor ons, ook al denken wij van wel : soms worden wij in ziekte een rijker mens dan in gezondheid. Wij moeten in het bidden God niet voor ons karretje spannen.

Zo preek ik dan. Maar wanneer ik op reis ga, bid ik toch om een goede reis. En als een kennis onder het mes moet, bid ik God toch om een goede afloop. En als ik weet dat iemand op een bepaalde tijd een tentamen aflegt, bid ik God toch om kracht voor hem of haar. Ik wil nu eenmaal zo graag dat het die mensen goed gaat. Mijn verstand zegt, dat God er soms misschien wel beter aan doet mij niet te verhoren. Maar ik aanvaard dat niet. Ik kan gewoon het bidden niet laten.

Het geldt ook wanneer ik voor mijzelf bid. Voor een hachelijk gesprek bid ik wel eens dat het goed mag gaan. Als ik naar bed ga, bid ik om een goede nacht. Ach, een kind bidt vader en moeder vaak ook om kleine dingen. Misschien zijn de vragen niet altijd verstandig. Het kind kan gevaarlijk speelgoed vragen. Maar langzamerhand ontdek ik zelf wel, of het een goed gebed was of niet.

De kracht van het smeekgebed bestaat voor mij al in het mógen bidden. Ik ben al blij dat God naar mij luistert, zonder mij te verhoren.

Misschien is dat de kern van het gebed: God durven aanspreken, zoals ik iets aan een vriend of vriendin mag vragen zonder dat ik weet of het verstandig is. Liefde is pas echt, als je ook dingen mag zeggen die misschien wel stom zijn. Dàt wij Hem spréken is belangrijker dan de zaak waarover wij Hem spreken. Hij is er, ook al zeg ik onzin.
Dat màg bij iemand die van je houdt.
Ook daarom ga ik door met bidden, want ik kan er niet buiten.

Dirk Braakman


3) Nieuwe gezichtspunten en een storingsvrije GSM (Door; Louise Leneman)

"Bestaat er iets nuttigers dan het gebed?", vraagt de cisterciëncer abt Aelredus uit Engeland zich af. Volgens sommigen zeker wel; zij menen, dat beschouwende kloosterlingen hun tijd wel beter kunnen besteden
Onwetendheid omtrent het comtemplatieve leven speelt hierbij waarschijnlijk een rol.

monnikWant er zijn weinig plaatsen waar iedereen zo hard werkt, als juist in een klooster. De tijd wordt optimaal benut. Gebed en arbeid wisselen elkaar in een vast tempo af. Vaak worden de kloosterlingen benaderd om gebed, door mensen die er zelf niet of nauwelijks toe komen, maar er wel de waarde van inzien. In "De gebroeders Karamazow" laat Dostojewski de monnik Zosima zeggen: "Jongeman, vergeet niet te bidden. Als je gebed ongeveinsd is, zal er steeds een nog onbekend gevoel voor je dagen en dat gevoel is de kiem van een nieuwe gedachte, die je tevoren niet kende en die je opnieuw zal sterken."

Dat ontstaan van nieuwe gezichtspunten door het gebed, mocht ik zelf meer dan eens ervaren. Als lid van een gebedsgroep verbaas ik me steeds weer over de uitwerking ervan op mijzelf en anderen. Geleidelijk aan brengt het veranderingen teweeg, in ons denken, doen en laten. Dat kunnen we bij elkaar constateren. En dan zijn wij nog maar "amateurs". Wat een krachtcentrale voor de wereld moet een klooster dan wel zijn!

Wie regelmatig bidt, niet alleen bij tegenslag en problemen, begint er aardigheid in te krijgen. Het wordt een behoefte, een weldadig rustpunt in de drukte van de dag. Hoe hectischer het leven, hoe noodzakelijker het gebed.

Bidden kan altijd, overal. Van welke andere activiteit kan dat gezegd worden? Wie kan Gods liefde doorgronden, die ons zo'n communicatiemiddel heeft gegeven, zo'n volmaakte storingsvrije GSM? Langzamerhand zal de mens die bidt, leren, hoe hij luisterend kan openstaan, om Gods stem duidelijker te horen. Dan kunnen er werelden voor ons open gaan.
Ooit schreef Guido Gezelle: (1859)
ALS DE ZIELE LUISTERT
Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!


4) Over het “Onze Vader” (Door Ton Peters)

In het Evangelie van Lucas lezen wij, hoe Jezus zijn leerlingen leert bidden.
Hij zegt daar: Het_Onze_Vader “Wanneer je bidt, zeg dan:
“Vader, uw Naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
geef ons elke dag het nodige brood
en vergeef ons onze zonden,
want ook wij vergeven ieder die ons iets schuldig is;
en breng ons niet in beproeving.”
Wij noemen dit gebed het “Onze Vader” of ook wel het “Gebed des Heren”.

Het Onze Vader begint met het prijzen en danken van God:
“Uw Naam worde geheiligd en uw Koninkrijk kome.”
In de weergave van Matteüs hoort daar ook bij: “Uw Wil geschiede.”
In deze woorden danken en loven wij God. In aansluiting daarop durven wij Hem vragen dat Hij ons brood geeft, onze zonden vergeeft en ons niet in verleiding brengt.
Sinds de vernieuwing van de liturgie na het Tweede Vaticaans Concilie wordt aan het Onze Vader een lofprijzing toegevoegd:
“Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in eeuwigheid.”
De protestanten kennen deze toevoeging al veel langer.
Deze tekst is overigens niet ontleend aan de Bijbel, maar stamt uit een geschrift uit de eerste eeuw na Christus, de Didachè.
In dit Griekse geschrift lezen we ook, dat de christenen aangespoord worden het Onze Vader driemaal per dag te bidden.
In de huidige gebedspraktijk van de Kerk is dat ook zo: in het morgen- en avondgebed en in de Eucharistieviering heeft het Onze Vader een plaats.
In de Eucharistieviering begint de voorbereiding op de Communie met het Onze Vader.
Voor wij bij de Heer aan tafel gaan, danken wij Hem en vragen Hem om zijn genade.
Het is dan ook een goede gewoonte onder christenen, opdat wij leven mogen in zijn Naam, aan het begin van iedere maaltijd dit gebed te zeggen. En dat is dan ook doorgaans driemaal per dag.


5) Bidden met Psalmen

PsalmenDe honderdvijftig psalmen vormen tezamen een van de boeken van het Oude Testament.
Het is een verzameling van geestelijke liederen die in de loop van vele eeuwen bij elkaar gevoegd zijn.
De oudste zijn geschreven door koning David, dus omstreeks duizend jaar voor Christus, terwijl de jongste stammen uit ongeveer 240 voor Christus.

Naar hun inhoud zijn de psalmen zeer verschillend.
Er zijn er die dankzeggen voor verhoorde gebeden of die de lof Gods zingen.
Veel psalmen bidden om uitkomst uit de verdrukking, terwijl andere meer processiegezangen zijn, bedevaartsliederen.
Sommige ook beschrijven een stukje geschiedenis van het Joodse Volk, waarbij met name de uittocht uit Egypte op weg naar het Beloofde Land een veel voorkomend thema is.

De psalmen in de liturgie.
In de liturgie van de Synagoge nemen de psalmen een belangrijke plaats in; sommige zijn in die Eredienst ook ontstaan.
Door de jonge Kerk werd dit gebruik overgenomen.
In de Christelijke Eredienst vormen de psalmen het hart van het getijdengebed, zoals dat in kloosters en door religieuzen en priesters dagelijks wordt gebeden.
Maar ook de Gregoriaanse gezangen in de vieringen van de Eucharistie zijn bijna allemaal ontleend aan het boek van de Psalmen.
En het is met name de antwoordpsalm in de dienst van het Woord die nauw verwant is met de lezingen uit de Bijbel in de betrokken Viering en daarop is gekozen.

Gebedenboek voor alledag
Eigenlijk komt iedere menselijke situatie of beleving voor in het boek der Psalmen.
Alles wat leeft in een mens komt aan de orde: vreugde, verdriet, nood, angst, verwachting, opstandigheid, geweeklaag,gevloek, uitzicht, dank, smeking ......
Met de woorden van de psalmen kunnen wij dat alles biddend voor God brengen en daarmee onszelf aan zijn zorg en nabijheid toevertrouwen.
En al biddende kan er tegelijkertijd iets oplichten van wie wijzelf zijn als mens, als kind van God.

(Door: Ton Peters)


6) Het Eucharistisch Gebed

Het belangrijkste gebed in de viering van de Eucharistie is het Eucharistisch Gebed, ook wel "Grote Lofprijzing" genoemd.
Zoals in de Dienst van het Woord de Heer aanwezig komt in zijn Woord, zo is hij in de Dienst van de Eucharistie onder ons aanwezig in de gaven van Brood en Wijn. Kernmoment daarbij is de Consecratie. Dit is het verhaal over hoe Jezus zich tijdens het Laatste Avondmaal heeft gegeven in zijn Lichaam en Bloed. We noemen dit wel het "instellingsverhaal", het verhaal van de instelling van de Eucharistie die wij steeds vieren op uitnodiging van de Heer zelf: "Blijft dit doen tot mijn gedachtenis".Eucharistie

Het Eucharistisch Gebed kent echter meer elementen of accenten die tezamen het hele gebed "consecratorisch" maken, waardoor God zich aan ons toewijdt en wij aan Hem.
leder Eucharistisch Gebed begint met een Prefatie. In dit gedeelte wordt God gedankt om hetgeen Hij aan ons gedaan heeft.
Deze dank heeft meestal betrekking op het feest van de Heer dat gevierd word of op een aspect van Gods heilsgeschiedenis.
Allen stemmen met dit gedeelte in door het zingen van het "Heilig".

Dan worden de grote daden van God herdacht, in de hoop dat Hij ze ook vandaag de dag aan ons zal voltrekken.
Gebeden wordt om Gods Geest; dat hij de gaven van brood en wijn moge bezielen en de Kerk en haar leiders moge vervullen met zijn liefde en kracht.

Ten slotte bidden de gelovigen op voorspraak van de heiligen voor levenden en doden.

Het Eucharistisch Gebed wordt besloten zoals we het begonnen zijn: met een korte Lofprijzing.

Ton Peters


7) Het "Weesgegroet"

Het "Weesgegroet"

Na het Onze Vader is het Wees Gegroet het meest bekende formuliergebed.
Bij talloze gelegenheden wordt het gebeden. Vaak in combinatie met het Onze Vader en het "Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest'.

Het Wees Gegroet zoals wij dat nu kennen is eigenlijk in verschillende fasen gegroeid. Het eerste deel bestaat uit een tweetal teksten uit de Bijbel.
De eerste tekst betreft de begroeting van Maria door de engel bij het brengen van de boodschap dat zij de moeder van de Verlosser zal worden:
"Ik groet u, gezegende; de Heer is met u" (Lucas 1,28).
De tweede tekst is ontleend aan hetgeen Elisabet zegt tegen Maria, wanneer zij haar begroet bij haar bezoek: "Gezegend ben je onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van je school "(Lucas 1,42).

Al heel snel zijn deze teksten terechtgekomen in de Romeinse liturgie.
De beide teksten werden samengevoegd en de naam "Jezus" werd toegevoegd aan het "gezegend is de vrucht van uw schoot'.
Het tweede deel van het Wees Gegroet is ontstaan buiten de liturgie.
Van deze smeekbede zijn er verschillende in omloop geweest.
Voor ons is dat nu: "Bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood".

Sinds de tiende eeuw was de verkorte vorm - het eerste deel - algemeen bekend. De definitieve vorm - dus met het tweede deel erbij - dateert uit de zestiende eeuw. Toen kreeg het Wees Gegroet een plaats in het getijdengebed van de leken en werd het gebruikt bij het vormgeven aan het rozenkransgebed
Juist door de herhalingen van het gebed is het voor ons een vertrouwd en
geliefd gebed geworden, waarin wij de Moeder Gods vragen dat zij onze voorspreekster is bij God.
Ton Peters


8) De Litanie

Naar zijn oorsprong betekent het woord "litanie", smeking. In het gewone spraakgebruik wort er doorgaans mee bedoeld: een reeks van smeekbeden of aanroepingen die voorgebeden of voorgezongen worden, waarna allen antwoorden met een korte bede.

Ook de voorbede is een vorm van een litanie. In de eucharistie heeft die een plaats op het einde van dedienst van het Woord; in woord en/of gebedsdiensten staat ze aan het einde van zo'n dienst. Na een uitnodiging tot gebed, wordt een aantal intenties genoemd, waarop allen antwoorden. De intenties richten onze gedachten op wat zich (zogezegd) buiten het kerkgebouw afspeelt, in het bizonder op de grote nodenn en vragen van Kerk en samenleving. Ook intenties die betrekking hebben op het leven van de plaatselijke parochie zijn hier op haar plaats.

De beknste litanie("litanie" in de betekenis die we er meestal aan geven) is wel de litanie van alle heiligen. Deze wordt onder andere gebeden in de Liturgie van de Paaswake, ook bij wijdingen en het afleggen van religieuze geloften. Na een korte inleiding worden de namen van de heiligen genoemd. Allen antwoorden dan met "wees onze voorspraak". doorgaans passeren ook de namen de reveu van heiligen met wie een bizondere band bestaat, bijvoorbeeld de patroon van de parochie of van de stad of streek.
Na die heiligenaanroepingen worden de smekingen gezegd of gezongen, waarop allen antwoorden: "verlos ons, Heer"en "wij bidden U, verhoor ons".Andere bekende litanieën zijn die van Maria, van de naam Jezus, van het Heilig Hart van Jezus en van de heilige Jozef.
Deze worden meestal gebeden in speciale diensten. Het is de kracht van de herhaling, die deze vorm van bidden zo kenmerkt en ons steeds weer uitnodigt God ons nabij te weten.


Het "Wees Gegroet" staat in onze kathedraal met grote letters op de muren van de Lourdeskapel te lezen, daar opgeschreven door Jan Meily, terwijl Jan Dunselman er afbeeldingen van de hoogfeesten van 25 maart en 25 december bij heeft geschilderd.


 

Afdrukken E-mail